Concentratie en de 'flow' bij kinderen: Hoe stimuleer je dit op de BSO?

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Redactie Ozowiezo
Redactie
Montessori Filosofie & Pedagogische Kern · 2026-02-15 · 8 min leestijd

Je kent het wel: die ene groep kinderen op de BSO die na het avondeten juist nergens meer toe komen. Of dat kind dat constant door de kamer dendert zonder echt te spelen.

Het geheim voor rustige, blije kinderen zit 'm in iets moois: flow. Dat is die toestand waarin ze helemaal opgaan in wat ze doen. De tijd vergeet, vol focus en plezier.

Zelfs op een drukke BSO-avond. Dit is geen magie, het is iets wat je kunt stimuleren.

En het werkt beter dan je misschien denkt.

Atelierpedagoog Marieke van Oyen: “Een creatieve flow is waardevol voor een kind”

Marieke van Oyen weet precies hoe ze kinderen die diepe concentratie kan laten voelen.

Ze is atelierpedagoog en werkt met Kober BSO de Plu in Talentencentrum Bavel. Haar aanpak is simpel en krachtig. Ze gelooft niet in sturen, maar in ruimte geven. "Een kind in flow zien opgaan in een schilderij of bouwwerk, dat is goud waard," zegt ze.

Dit gaat verder dan alleen knutselen. Het gaat om het proces, de reis die een kind maakt.

De kern van haar verhaal? Druk kinderen niets op.

Laat ze niet meteen een perfecte versie van een vos knippen. Nee, geef ze materiaal en een vraag. Of nog beter: geen vraag. Gewoon de ruimte.

Zo ontstaat die creatieve flow die Marieke benoemt. Een flow die je op elke BSO kunt bereiken, zonder dure materialen of ingewikkelde trainingen.

Ontdekkingsreis voor jonge kinderen

Gewoon door een andere houding aan te nemen. Minder praten, meer laten doen. Voor de allerkleinsten op de BSO (4-6 jaar) is de wereld nog een enorme ontdekkingsreis.

Zij zijn de baas over hun eigen ontdekkingstocht. Jouw rol? De gids die de weg wijst, niet de buschauffeur die alles voorkauwt.

Zorg voor een basisveiligheid, een eigen plekje waar ze materiaal kunnen pakken. Een tafel die vrij is.

Een hoekje met kussens. Zorg dat ze weten: hier mag ik mezelf zijn.

Laat ze voelen dat hun ideeën tellen. Vraag niet: "Wat maak jij?" maar zeg: "Ik zie dat je veel blauw gebruikt, vertel eens?" of "Je bouwt iets heel hoog, hoe heet dat gebouw?" Dit activeert hun eigen brein. Ze leren reflecteren op hun eigen werk, zonder druk van een voltooide tekening die aan de muur moet. Zo groeit hun zelfvertrouwen en hun focus vanzelf.

Stap voor stap, zonder gehaast. Wil je dit op grotere schaal invoeren op je BSO? Begin klein.

Kennis delen met collega’s

Deel je successen met collega's. Laat zien wat er gebeurt als je het anders doet.

Bij Partou bijvoorbeeld, werken ze actief met taalontwikkeling door kinderen echt te laten participeren. Dat past perfect bij flow. Als een kind vertelt over zijn of haar creatieve proces, oefent het automatisch taal.

Zonder dat het als 'les' voelt. Gebruik die momenten. Spreek af wie welke materialen klaarzet.

Zorg voor een ritme. Misschien start je op dinsdag en donderdag met 'vrije val' materiaal. Een collega zet het klaar, de ander observeert.

Deel wat je ziet in een teamoverleg. "Kijk eens hoe rustig die groep was toen we zoutdeeg gaven?" Zo bouw je samen aan een cultuur van vertrouwen en concentratie.

Elke pedagoog kan dit, het is een kwestie van doen en delen. Kober BSO de Plu in Bavel laat zien dat afwisseling cruciaal is.

Afwisseling en mogelijkheden bij Kober

Soms is het fijn om buiten te rennen, soms is het heerlijk om binnen te verdwalen in een project.

Marieke van Oyen gebruikt materialen uit de 'Atelier in een koffer'. Dit is een concept waarbij je een koffer vol basis materialen krijgt. Denk aan goed verf, kwasten van verschillende formaten (van €2 tot €15 per stuk), maar vooral open-einde materialen. Dit werkt beter dan kant-en-klare knutselpakketten van €5 per kind.

Een voorbeeld? Geef kinderen een grote vel papier (A3 formaat) en drie kleuren verf.

Of geef ze een bak met erwten en satéprikkers. Geen instructie. Laat ze maar beginnen.

De een maakt een landschap, de ander een abstract geheel. De volgende dag bouw je met bouwblokken (van merken als Grimms of Ikea, prijsklasse €20-€80 per set) of je werkt met zoutdeeg. Dit deeg kun je makkelijk zelf maken met 2 koppen bloem, 1 kop zout en water.

Kosten: minder dan €2 per groep. De magie zit hem in de vrijheid, niet in de duurte.

Stap-voor-stap: De Flow-Box opzetten

Wil je morgen al beginnen? Maak een 'Flow-Box'. Dit is een vaste bak met materialen die kinderen zelf mogen pakken.

Het is jouw geheime wapen tegen chaos en onrust. Je hebt geen grote ruimte nodig, een hoekje van een tafel is genoeg. Zorg dat het materiaal uitnodigt tot verkenning.

Geen plastic troep, maar materialen die echt zijn. Hout, wol, klei, papier.

Het doel is simpel: kinderen leren zichzelf vermaken. Ze ontwikkelen hun eigen ideeën. Ze leren omgaan met teleurstelling als iets mislukt. En vooral: ze ervaren vrijheid binnen grenzen terwijl ze helemaal ergens in opgaan.

Wat je nodig hebt (Voorwaarden & Materialen)

Dat is een basisbehoefte. Net als eten en slapen.

Hieronder lees je precies hoe je dit opbouwt, van materiaal tot begeleiding. Je hebt niet veel nodig, maar wel het juiste. Denk aan: Let op: Zorg dat alle materialen schoon en heel zijn.

  • Goed papier: A3 vellen (pak van 50 stuks, €8-€12), wit en gekleurd. Geen dun printpapier.
  • Klei: Professionele boetseerklei (merk Van Beek, €5 per 500 gram). Blijft zacht en is veilig.
  • Verf: Grote potten basiskleuren (rood, geel, blauw, wit, zwart). Merk bv. Talens (€10 per liter).
  • Kwasten: Verschillende maten. Van kleine puntkwast (maat 2) tot grote vlakkwast (maat 20).
  • Open-einde materiaal: Dennenappels, kurken, stukjes touw, kurkentrekkers, lege dozen. Vaak gratis te verzamelen.
  • Een veilige plek: Een eigen tafel of hoek. Liefst met een zeil op de grond (oud laken of plastic kleed van €5).

Kapotte materialen geven frustratie. Zorg dat kinderen weten waar het staat.

Vrij te pakken, met respect. Haal alle prikkels weg. Schuif stoelen aan de kant. Zet schermen uit.

Stap 1: De Omgeving Vrijmaken (5 minuten)

Zorg dat de tafel leeg is. Leg het zeil neer.

Leg het materiaal op een centrale plek neer, maar niet te strak. Een bak met verf, een stapel papier, een schaal met klei.

Geen dozen die dicht moeten. Alles moet uitnodigen. De inrichting bepaalt de invloed van de omgeving op het gedrag van het kind. De kinderen moeten direct zien: hier mag ik iets doen. Veelgemaakte fout: Te veel materiaal tegelijk geven.

Begin met drie basisdingen: papier, potlood, klei. Zie hoe ze daar mee omgaan.

Stap 2: De Uitnodiging (2 minuten)

Voeg later iets toe. Te veel keuze leidt tot keuzestress en geen enkele focus. Zeg niet: "Jullie gaan nu knutselen." Zeg: "De tafel is vrij. Er ligt klei en papier.

Ik ben benieuwd wat jullie gaan ontdekken." Dat is alles. Loop weg. Ga niet boven ze hangen.

Ga zitten en observeer. Vanaf een afstandje. Laat ze de regie pakken. Ze weten dat ze mogen beginnen.

Veelgemaakte fout: Direct een voorbeeld maken. "Kijk, zo maak je een bloem." Nee. Doe dit nooit.

Stap 3: De Eerste Minuut (0-10 minuten)

Het doodt de eigen creativiteit direct. Het kind denkt: "Dan moet ik dat maar maken." Laat het duister. Laat het zoeken. De eerste minuten zijn spannend. Sommige kinderen twijfelen.

Anderen grijpen direct toe. Blijf rustig. Geef complimenten over het proces, niet over het resultaat.

"Ik zie dat je heel voorzichtig een streep trekt." of "Jij bent hard aan het kneden." Dit moedigt het gedrag aan, niet de uitkomst. Gebruik een stilte-oefening om ze ongeveer 10 minuten de tijd te geven om te landen. Zonder te storen.

Tenzij ze je roepen. Laat ze wennen aan het materiaal. Ruiken, voelen, kijken. Dit is de opwarmfase voor de hersenen.

Stap 4: Het Proces Begeleiden (10-40 minuten)

Als ze eenmaal bezig zijn, mag je iets dichterbij komen. Stel open vragen.

"Wat gebeurt er als je water toevoegt?" of "Hoe voelt dat papier aan?" Bied hulp als ze vastlopen, maar los het niet op. Geef geen antwoord op de vraag "Wat moet ik maken?". Antwoord: "Wat wil jij maken? Wat lijkt je leuk om te proberen?"

Laat ze experimenteren. Mislukkingen horen erbij. Als een toren omvalt, is dat niet erg. "Oh, wat jammer.

Wat ga je nu anders doen?" Dit leert doorzettingsvermogen. De flow ontstaat als ze het probleem zelf oplossen. Bied materialen aan als ze vastlopen.

Stap 5: Afronden en Opruimen (10 minuten)

"Hier heb je nog een stuk touw, misschien helpt dat." Geef een seintje voordat de tijd om is.

"Over 5 minuten gaan we opruimen." Geef ze tijd om hun werk af te ronden. Dit is respect voor hun proces. Het hoeft niet perfect, maar het mag wel afgesloten worden.

Opruimen is onderdeel van het ritueel. Kinderen vanaf 4 jaar kunnen best veel zelf.

Kwasten in de bak met water, klei terug in de doos, papier op de stapel. Maak er een gewoonte van.

Binnen 10 minuten is de boel weer schoon. Houd hier voet bij stuk. Geen uitzonderingen.

Verificatie-checklist

Heb je het goed gedaan? Vink deze punten af.

  • De sfeer: Is het stil of gezellig rumoerig? Kinderen in flow maken lawaai van plezier, niet van onrust. Geen geschreeuw om aandacht.
  • De houding: Heb je je mond gehouden? (Tenminste 80% van de tijd). Ben je niet gaan voordoen hoe het moet?
  • De materialen: Was het materiaal open-eind? Kun je er oneindig veel kanten mee op? Of was het een kant-en-klaar pakket?
  • De duur: Had het kind minimaal 20 minuten ongestoorde tijd?
  • De focus: Zag je een kind dat niet doorhad dat jij langsliep? Of dat vergat te stoppen met eten?
  • De evaluatie: Vroeg je "Wat vond je ervan?" in plaats van "Is het mooi geworden?"

Als je ze allemaal hebt, ben je op de goede weg. Als je vier of meer vinkjes hebt, ben je een held. Blijf dit doen. Elke week. De flow wordt sterker en kinderen gaan er steeds makkelijker in. Succes!

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Over Redactie Ozowiezo

Expert content over kinderopvang buitenschoolse opvang pedagogiek

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Montessori Filosofie & Pedagogische Kern
Ga naar overzicht →