De link tussen fijne motoriek en de ontwikkeling van de hersenschors

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Redactie Ozowiezo
Redactie
Medische, Ergonomische & Ontwikkelingsaspecten · 2026-02-15 · 7 min leestijd

Je kind zit te tekenen en je ziet hoe moeiteloos het potlood over het papier glijdt. Of het legt een puzzelstukje op de juiste plek.

Deze kleine bewegingen lijken misschien simpel, maar er gebeurt iets enorms in het brein.

De fijne motoriek en de ontwikkeling van de hersenschors staan namelijk in een hechte verbinding. In de pedagogiek van de kinderopvang en buitenschoolse opvang zie je dit elke dag terug. Wanneer kinderen bij BSO Bikkels of op een Peuterpeuter-groep met stiften, knopen of bouwstenen spelen, trainen ze niet alleen hun handen, maar ook hun hersenen. Laten we ontdekken hoe dit precies werkt.

Wat is lateralisatie?

Lateralisatie is een groot woord voor iets heel simpels: je hersenen worden specialistisch. De linker- en rechterhersenhelft gaan taken verdelen.

In de pedagogiek wordt lateralisatie vaak gebruikt om handvoorkeur te beschrijven, maar het gaat in de neurowetenschap om veel meer.

Het gaat over hersenspecialisatie. Je primaire motor cortex bijvoorbeeld, die loopt als een haarband over je hoofd en stuurt spierbewegingen aan. Denk aan taal en emotie.

Bij de meeste kinderen ontwikkelt de linkerhersenhelft zich als taalcentrum, terwijl de rechterkant emotieherkenning oppakt. Deze specialisatie is niet meteen bij de geboorte klaar.

Het proces begint vroeg, maar de grootste stappen zetten kinderen tussen hun vijfde en negende levensjaar. In deze fase in de groep 2 en 3 van de basisschool, en dus ook in de buitenschoolse opvang, wordt duidelijk welke hand de voorkeurshand wordt. Een handig ezelsbruggetje: de motoriek voor spraak zit in de primaire motor cortex meer naar de zijkant van het hoofd. De motoriek voor armen en benen zit hogerop.

Bij kinderen die stotteren, zien onderzoekers dat deze motor cortex vaak 'over-actief' is.

Dit toont aan dat motoriek en hersenontwikkeling onlosmakelijk verbonden zijn, ook bij taal.

Waarom is lateralisatie belangrijk?

Een goede lateralisatie zorgt voor efficiënt werken in de hersenen. Wanneer taken goed verdeeld zijn, kan het brein sneller en beter functioneren.

In de kinderopvang merk je dit aan de concentratie van een kind. Een kind met een duidelijke voorkeurshand kan makkelijker schrijven, tekenen en knippen. Dit geeft zelfvertrouwen. Zelfvertrouwen is de brandstof voor leren en spelen.

Er is geen wetenschappelijk bewijs dat lateralisatieoefeningen de handvoorkeur of hersenlateralisatie versterken.

Toch is het belangrijk om de motoriek te stimuleren. Onderzoek toont aan dat oefeningen voor de gehele fijne motoriek kunnen bijdragen aan betere cognitieve prestaties. In de pedagogiek betekent dit: bied materialen aan die uitdagen. Denk aan knutselmaterialen van Hama, stiften van Bruynzeel of constructiespeelgoed zoals Kapla.

Deze prijzen variëren van €5 tot €50, afhankelijk van de set. Een sterke motoriek helpt ook bij de ontwikkeling van de hersenschors.

Wanneer kinderen hun handen gebruiken, activeren ze gebieden in de hersenen die later belangrijk zijn voor lezen en rekenen. In de buitenschoolse opvang is dit een dagelijks fenomeen. Een kind dat een schaar goed vasthoudt, traint ook de concentratie en de planning in het brein.

Wat zie je als een kind in groep 2 of 3 nog geen voorkeurshand heeft?

Handvoorkeur is al in de baarmoeder te meten en voorspelt de voorkeur op 12-jarige leeftijd. Toch duurt het even voordat dit bij een kind duidelijk is. In groep 2 en 3 zie je soms kinderen die afwisselen.

De ene dag schrijven ze links, de andere dag rechts. Dit is vaak normaal.

De meeste volwassenen zijn rechtshandig (90%), een klein percentage linkshandig (9%) en 1% is ambidexter. Wanneer een kind op tienjarige leeftijd nog steeds wisselt, kan het helpen om te kijken naar de algehele motoriek.

Is het kind onhandig? Valt het veel? Dan is een bezoekje aan de ergotherapeut zinvol. In de kinderopvang kunnen pedagogisch medewerkers hier alert op zijn.

Ze observeren hoe het kind speelt en werkt. Een kind dat bij BSO Bikkels moeite heeft met knopen, kan baat hebben bij extra oefening.

Er is geen reden tot paniek als een kind in groep 2 nog geen vaste hand heeft. De hersenen zijn nog volop in ontwikkeling. Het is wel belangrijk om de motoriek te blijven stimuleren. Door te spelen met bouwstenen, te kliederen met klei of te tekenen met stiften, krijgt het brein de tijd om de specialisatie te voltooien.

Tips en spelletjes voor het leren kruisen van de middellijn

Kinderen die moeite hebben met het kruisen van de middellijn, kunnen vastlopen in hun motorische ontwikkeling. Dit is de denkbeeldige lijn die het lichaam in tweeën deelt. Wanneer een kind niet over deze lijn heen kan bewegen, beperkt dit de samenwerking tussen de linker- en rechterhersenhelft.

In de pedagogiek is het belangrijk om dit spelenderwijs te oefenen. Een simpele oefening is het leggen van materialen links en rechts.

Leg een bak met Lego-stenen links en een bak met Hama-kralen rechts. Stimuleer het kind om met de rechterhand een steen uit de linkerkant te pakken.

Dit activeert beide hersenhelften. Een ander spelletje is 'over de streep'. Teken een lijn op de grond en laat het kind met de ene voet over de streep stappen en met de andere hand iets oppakken.

Knutselen is ook een goede manier om de middellijn te kruisen. Laat een kind met de rechterhand een figuur vasthouden en met de linkerhand het eromheen tekenen.

Dit soort activiteiten zie je vaak in de peutergroepen van Peuterpeuter. Het kost niets, alleen een beetje creativiteit.

Tips voor het stimuleren van de voorkeurshand

Het stimuleren van de voorkeurshand is een kwestie van geduld en herhaling.

Geef aan met een armbandje of nagellak welke hand de voorkeurshand is. Dit helpt het kind om consistent te zijn.

In de kinderopvang kunnen pedagogisch medewerkers dit doorvoeren in de dagelijkse routine. Laat het kind vormen omtrekken met de voorkeurshand, terwijl de hulphand de vorm vasthoudt. Dit oefent de fijne motoriek en de stabiliteit. Een ander idee is om pennen en stiften aan te bieden die goed in de hand liggen.

Merken als Stabilo hebben stiften vanaf €2 die speciaal ontworpen zijn voor kinderhanden.

Ook het spelen met bouwstenen of knopen is effectief. Bij BSO Bikkels kunnen kinderen bijvoorbeeld een kralenketting maken. De ene hand houdt de draad vast, de andere rijgt de kralen. Dit soort activiteiten versterkt de voorkeurshand zonder dat het dwangmatig voelt.

Lateralisatie en handvoorkeur

In het Nederlandse onderwijs wordt lateralisatie vaak gebruikt om handvoorkeur te beschrijven.

In de neurowetenschap gaat het echter over hersenspecialisatie. Het is belangrijk om dit verschil te begrijpen. Handvoorkeur is een onderdeel van lateralisatie, maar niet het hele verhaal.

De meeste kinderen ontwikkelen tussen hun vijfde en negende jaar een duidelijke voorkeur. Dit proces verloopt vanzelf, maar kan gestimuleerd worden door een rijke speelomgeving.

In de kinderopvang betekent dit dat je materialen aanbiedt die de fijne motoriek stimuleren.

Denk aan puzzels, knutselsets en bouwmaterialen. Er is geen bewijs dat je lateralisatie kunt forceren. Wel kun je de omgeving zo inrichten dat het kind de ruimte krijgt om zich te ontwikkelen. Een fijne, veilige sfeer is essentieel. Kinderen die zich op hun gemak voelen, ontwikkelen hun motoriek en hersenen beter.

Onjuiste beweringen over handvoorkeur, lezen en schrijven

Een veelgehoorde bewering is dat een duidelijke handvoorkeur nodig is voor schrijven en lezen. Wetenschappelijk bewijs hiervoor ontbreekt.

Kinderen met een wisselende handvoorkeur kunnen ook goed leren schrijven en lezen. Het is belangrijk om kinderen niet onder druk te zetten. Een andere mythe is dat lateralisatieoefeningen de handvoorkeur versterken.

Stotteren en motoriek

Dit is niet wetenschappelijk onderbouwd. Oefeningen kunnen wel helpen bij de algemene motoriek, maar ze veranderen de hersenspecialisatie niet.

In de pedagogiek betekent dit dat je je energie beter kunt steken in het aanbieden van gevarieerd spelmateriaal. Bij stotteren is de primaire motor cortex 'over-actief' vergeleken met niet-stotteraars. Dit toont aan dat motoriek en taal nauw verbonden zijn. Kinderen die stotteren, hebben soms baat bij logopedie, maar ook bij oefeningen voor de fijne motoriek.

Het trainen van de motoriek kan helpen om de hersenactiviteit beter te sturen. In de kinderopvang kunnen pedagogisch medewerkers de ontwikkeling van de pengreep hierbij gericht ondersteunen.

Door rustig te praten en kinderen de tijd te geven om te antwoorden, creëer je een veilige omgeving. Ook het aanbieden van activiteiten die de motoriek stimuleren, kan helpen. Door te zorgen voor ononderbroken werktijd voor de diepe hersenontwikkeling, versterk je de link tussen fijne motoriek en de ontwikkeling van de hersenschors.

Door kinderen spelenderwijs uit te dagen, help je hun brein te groeien.

In de pedagogiek van de kinderopvang en buitenschoolse opvang is dit een dagelijks onderdeel van de zorg. Met de juiste materialen en een warme sfeer, geef je kinderen de ruimte om zich te ontwikkelen.

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Over Redactie Ozowiezo

Expert content over kinderopvang buitenschoolse opvang pedagogiek

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Medische, Ergonomische & Ontwikkelingsaspecten
Ga naar overzicht →