De rol van de 'geografie mallen' voor het leren van landvormen

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Redactie Ozowiezo
Redactie
Taal, Rekenen & Kosmisch Onderwijs · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Stel je voor: je zit in de BSO-groep en je hebt net een groep kinderen die net van school komen.

Ze zijn vol energie. Je wilt iets doen met aardrijkskunde, iets dat ze echt zien en voelen.

Want vertellen over het verschil tussen een heuvel en een berg? Dat gaat er bij veel kinderen niet in. Ze knikken alleen maar. Maar als je een echte 3D-berg in je handen kunt houden, dan verandert er iets.

Dan wordt het ineens echt. Dat is precies de kracht van de geografie mallen.

Deze sets met landschapsmodellen zijn een gamechanger voor iedereen die werkt met kinderen in de buitenschoolse opvang. Je maakt complexe fysisch-geografische begrippen ineens tastbaar. En het leuke is: het voelt niet als 'school', het voelt als ontdekken.

Nederlandstalig lesmateriaal bij Landvormen

Voor de Nederlandse markt is er iets moois opgezet. Dick Rozing heeft in 2024 een specifieke, acht-delige set 3D-landschapsmodellen uitgebracht.

Dit is geen algemeen spul; het is specifiek vertaald en aangepast voor ons taalgebied. Je krijgt dus niet zomaar een stuk plastic, maar een set die perfect aansluit bij de woorden die wij gebruiken in de klas of op de BSO.

Wat je krijgt, is een uitgebreide collectie. In totaal zitten er bijna 140 fysisch-geografische begrippen in de set. Denk aan termen als 'esker', 'kloof', 'delta' en 'plateau'. Elk model is duidelijk gelabeld en makkelijk te herkennen.

Je hoeft niet eerst een cursus te volgen om te begrijpen wat je in handen hebt.

Het is direct inzetbaar. Om je op weg te helpen, is er een docentenhandleiding van 18 pagina's. Dit is geen saai boekwerk, maar een praktische gids vol met ideeën.

Het helpt je om de modellen op een juiste manier te introduceren. Zo weet je zeker dat je de juiste woorden gebruikt en de kinderen echt iets leren, zonder dat het te ingewikkeld wordt.

De basis van deze set komt overigens uit Amerika, maar is dus volledig voor ons aangepast.

3D-modellen voor visueel leren

Dat is een slimme zet. Want de manier waarop we in Nederland naar landschappen kijken, verschilt soms net genoeg van de Amerikaanse benadering. Door het aan te passen, voelt het materiaal vertrouwd en herkenbaar voor de kinderen hier.

Waarom werkt dit zo goed? Omdat kinderen in de BSO vaak visueel en kinesthetisch leren.

Ze moeten iets zien en vasthouden om het te begrijpen. Een platte kaart is abstract.

Een 3D-model is concreet. Ze kunnen met hun vingers over een bergrug voelen, de diepte van een ravijn zien en de breedte van een rivierdelta inschatten.

Deze modellen bieden een schat aan woordenschat. In plaats van te zeggen 'een stukje land dat omhoog gaat', kunnen ze gewoon de naam van het model noemen: 'Dit is een heuvel'. Ze leren de juiste termen, en dat zonder dat het geforceerd aanvoelt. Het gebeurt terwijl ze spelen en ontdekken.

Je kunt de modellen op verschillende manieren inzetten. Leg ze op een grote tafel en laat de kinderen er een verhaal bij verzinnen.

Of gebruik ze als puzzelstukken: kunnen ze een eigen landschap bouwen? Zo stimuleer je niet alleen hun aardrijkskundige kennis, maar ook hun creativiteit en samenwerking. Door het tastbare karakter onthouden kinderen de begrippen veel beter.

Het is het verschil tussen stampen voor een toets en écht begrijpen. De kennis blijft plakken, omdat ze er een fysieke ervaring aan hebben gekoppeld. Dat is precies wat je wilt in de BSO: leren zonder dat het voelt als school.

De kern van de werking: combinatie met digitale tools

Hoewel de fysieke modellen fantastisch zijn, hoef je ze niet los te gebruiken.

De echte magie ontstaat als je ze combineert met digitale hulpmiddelen. Neem bijvoorbeeld Google Earth.

Haal de digitale versie erbij en zoek naar een echte berg of een rivierdelta in de wereld. Leg het 3D-model ernaast. De kinderen zien nu de link tussen het abstracte beeld op het scherm en het tastbare model in hun handen. 'Kijk, hier in Nepal zie je precies zo'n vorm als dit model!' Dat maakt de wereld ineens heel klein en begrijpelijk.

Het is alsof je zelf op reis gaat, zonder de deur uit te gaan.

Deze combinatie zorgt voor diepgaand begrip. Ze snappen niet alleen wat een 'heuvel' is, maar zien ook waar die in de echte wereld voorkomt. Dit helpt bij het ontwikkelen van een echt gevoel voor ruimte en plek.

Het is een simpele, maar effectieve manier om de wereld te ontdekken, bijvoorbeeld door kosmisch onderwijs in de praktijk toe te passen. Voor de pedagogisch medewerker is dit ook makkelijker.

Je hoeft geen expert te zijn in alle landvormen. De modellen en de digitale tools helpen je om het gesprek aan te gaan.

Je stelt vragen, de kinderen zoeken het uit. Jij bent de begeleider, niet de enige met de kennis.

Prijzen en varianten: wat kun je verwachten?

De set van Dick Rozing is een complete kit. Omdat het om een specifieke, gedetailleerde set gaat, kun je uitgaan van een prijsklasse die past bij kwalitatief lesmateriaal. Verwacht een investering van ongeveer €150 tot €200 voor de volledige acht-delige set inclusief de handleiding.

Dit is een eenmalige aanschaf die jarenlang meegaat. Wat zit er precies in?

Je krijgt de acht verschillende landschapsmodellen. Elk model is gemaakt van stevig materiaal dat tegen een stootje kan.

Dat is belangrijk in een BSO-omgeving waar kinderen er actief mee bezig zijn. De modellen zijn groot genoeg om door een hele groep tegelijk bekeken te worden, maar klein genoeg om op te bergen. Naast de basisset zijn er vaak leermiddelen voor geschiedenis op de BSO of uitbreidingen verkrijgbaar.

Denk aan extra kaarten of specifieke modellen voor thema's als water of woestijnen.

Houd hier rekening mee in je budget. Vaak kun je een startset kopen en later uitbreiden op basis van de interesses van de kinderen. Voor de prijs hoef je het eigenlijk niet te laten. Als je bedenkt hoeveel waarde het toevoegt aan je activiteiten en hoeveel begrip het bij de kinderen oplevert, is het een schijntje. Het is een investering in je materiaalkist die direct rendement oplevert in de groep.

Praktische tips voor de BSO-groep

Zorg dat je de modellen op een vaste, makkelijk bereikbare plek bewaart.

Een open kast of een bak met een duidelijk label. Zo zien de kinderen ze liggen en word je erdoor uitgenodigd om ze te pakken.

Als het materiaal verstopt zit, wordt het niet gebruikt. Begin klein. Pak één model en leg het op tafel. Vraag gewoon: "Wat zie je?

Hoe voelt het?" Laat de kinderen zelf het gesprek starten. Jij vult aan met de juiste woorden.

Zo bouw je langzaam de woordenschat op zonder dat het overweldigend wordt. Combineer het met knutselen. Na het bekijken van het model van een vulkaan, kunnen de kinderen met klei hun eigen vulkaan maken.

Of teken het landschap na. Door het te verwerken met je handen, verwerk je de kennis op een dieper niveau.

Gebruik het als startpunt voor een verhaal. "Stel je voor dat er in deze berg een schat verstopt zit..." Laat de kinderen vertellen hoe ze daar zouden komen.

Op die manier koppel je taal en verbeelding aan de aardrijkskunde. Het werkt als een trein. En tot slot: ontdek ook eens de waarde van poëzie en versjes voor de taalontwikkeling, en wees niet bang om zelf ook iets te leren.

De handleiding is er voor jou. Gebruik het. Niets mis mee als je zegt: "Leuk, ik wist niet dat dit een esker heette. Laten we dat samen onthouden." Dat maakt jou een mede-ontdekker, en dat is precies de sfeer die je wilt.

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Over Redactie Ozowiezo

Expert content over kinderopvang buitenschoolse opvang pedagogiek

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Taal, Rekenen & Kosmisch Onderwijs
Ga naar overzicht →