De rol van de 'verteltafel' bij het begrijpend lezen
Stel je voor: een groepje kinderen na schooltijd, nog wat uitgeraasd, verzamelt zich rond een klein, laag tafeltje.
Er liggen een paar poppetjes en een stukje groen doek. Ze beginnen te fluisteren, te wijzen, en opeens ontstaat er een verhaal.
Dit is geen chaos, dit is de verteltafel in actie. In de wereld van de buitenschoolse opvang (bso) is dit een krachtig middel om taal en rekenen spelenderwijs te ontwikkelen. Het is veel meer dan alleen een tafel; het is een plek waar verhalen tot leven komen en kinderen de wereld ontdekken op hun eigen tempo.
Wat is een verteltafel?
Een verteltafel is een vast punt in de groep waar kinderen een verhaal kunnen naspelen. Denk aan een laag tafeltje of een speciale hoek in de kring.
Het is een plekje met attributen die horen bij een prentenboek of een thema.
Kinderen pakken de poppetjes, de dieren of de gebouwtjes en vertellen op hun eigen manier het verhaal na. Ze spelen niet alleen na; ze verzinnen ook nieuwe dingen. "Wat als de wolf niet bij oma langs gaat, maar naar de markt gaat?" Dat soort vragen ontstaat vanzelf.
Het mooie is dat het niet om een perfecte weergave gaat. Het gaat om het proces.
De kinderen gebruiken de materialen om hun eigen gedachten te ordenen en te uiten. Ze ontdekken dat woorden kracht hebben en dat je met spelen een verhaal kunt beïnvloeden. Dit is de basis van begrijpend lezen: je eigen gedachten verbinden aan een verhaal en daarover kunnen praten.
Waarom een verteltafel in de bso-groep hoort
In de bso is het vaak een drukte van jewelste. Kinderen komen binnen na een lange schooldag.
Ze hebben beweging nodig, maar ook rust. De verteltafel biedt die rust zonder dat het passief wordt.
Het is een activiteit die kinderen trekt die even toe zijn aan een diepere, meer verhalende bezigheid. Ze oefenen hiermee hun taalbegrip en woordenschat op een manier die echt bij hen past. Ze horen de woorden van andere kinderen en passen ze direct toe in hun eigen spel.
Door samen te spelen rond de verteltafel, leren kinderen ook luisteren. Ze moeten afspreken wie welk poppetje is, wat er gaat gebeuren en hoe het verhaal eindigt.
Dit is pure communicatie-training. Ze zitten in elkaars 'zone van naaste ontwikkeling', zoals Vygotsky dat noemde. Een kind dat net iets meer weet, trekt een ander kind mee omhoog. Ze leren van elkaar, in plaats van dat een volwassene alles voorkauwt. Dit is pedagogisch sterker spelen dan alleen maar rennen of kleuren.
Aan de slag met de verteltafel!
Je hoeft niet te wachten op een duur pakket. Begin klein. Kies een prentenboek dat de kinderen kennen en waar duidelijke actie in zit.
Denk aan 'Rupsje Nooitgenoeg' of 'Kikker is Kikker'. Haal het boek erbij en leg het naast de tafel. De kinderen moeten het verhaal kunnen terugkijken.
Dat geeft ze houvast. Vraag niet meteen: "Wie wil er spelen?" Maar begin zelf, misschien wel met een vingerpopje.
Vertel een stukje en stop abrupt. "En toen...?" Kijk wie er verder wil vertellen.
Laat de kinderen helpen met het maken van de verteltafel. Dat zorgt voor een enorme betrokkenheid. Ze mogen een doek uitzoeken voor de achtergrond, of een blokje huis bouwen. Als ze zelf hebben bijgedragen, voelt het als hun eigen plek.
Een goede werkvorm is 'denken-delen-uitwisselen'. Eerst denken kinderen na over de Grote Verhalen van Montessori en hoe het verhaal afloopt.
Dan delen ze hun idee met een maatje. Tot slot wisselen ze uit in de groep. Zo komen er veel verschillende ideeën over een einde naar boven.
Inrichten van de verteltafel
Je hoeft echt geen geld uit te geven aan dure educatieve speelgoedlijnen. De meeste bso's hebben al genoeg materiaal liggen. Een schoenendoos is een perfecte ondergrond.
Hij is stevig, verplaatsbaar en je kunt hem opbergen. Zo maak je de verteltafel makkelijk schoon.
Voor de figuren hoef je niet ver te kijken. Vingerpopjes zijn ideaal omdat ze klein zijn en makkelijk vast te houden.
Ze blijven staan als je ze op een stukje klei of een stukje klittenband zet. Gelamineerde figuren zijn een aanrader. Je kunt ze makkelijk uitknippen en ze blijven rechtop staan als je een klein sneetje in de onderkant vouwt.
Dat is veel handiger dan platte prentjes die omvallen. Gebruik verschillende soorten doeken voor de achtergrond: een blauw lapje voor water, een bruin voor de grond.
Leg er wat echte bloemen en planten bij als het verhaal in de natuur speelt. Dat ruikt en voelt anders. Zorg dat het prentenboek er altijd naast ligt. Kinderen pakken het zelf om te checken of ze het goed doen.
Rekenen bij de verteltafel
Hoewel het vooral over taal gaat, is de verteltafel ook perfect voor rekenen. Zo kun je bijvoorbeeld de introductie van de tafels van vermenigvuldiging met kralen op een speelse manier integreren, terwijl kinderen spontaan tellen hoeveel dieren er zijn.
"Er zijn drie biggetjes." Ze vergelijken: "Dit huis is hoger dan dat huis." Ze ontdekken begrippen als 'dichtbij' en 'ver weg'. Je kunt dit sturen door specifieke materialen te gebruiken. Leg bijvoorbeeld vier stenen neer en vraag: "Kun je de wolf precies op de derde steen zetten?" Zo oefen je positie en tellen zonder dat het een les voelt.
Ook met geld kun je oefenen. Gebruik de materialen uit de speelgoedkeuken.
Een dubbeltje voor een appel. Twee dubbeltjes voor een brood. De kinderen spelen een marktscène na.
Ze rekenen af, wisselen geld en tellen na. Dit is rekenen in context.
Gerelateerde artikelen Meer van deze auteur
Het is geen som op papier, maar een handeling met een doel.
Dat maakt het begrijpelijk en leuk. Ze leren dat rekenen nuttig is in hun eigen verhaal. Ben je benieuwd naar andere manieren om taal te stimuleren in de bso? Ontdek ook de waarde van poëzie en versjes, of kijk eens naar het artikel over het belang van voorlezen op de bso.
Daarin lees je hoe je een boek levendig maakt voor kinderen die net uit school komen. Of ontdek hoe je de huishoek kunt omtoveren tot een taalbad.
Dit vind je vast ook leuk
Daar vind je praktische tips om in elke hoek taal aan te bieden. Als je aan de slag gaat met de verteltafel, is het handig om materialen te verzamelen. Kijk eens bij de HEMA of Action voor goedkoop speelgoed dat je kunt gebruiken.
Denk aan kleine plastic diertjes voor ongeveer €2,- per set. Of ga naar de kringloopwinkel voor oude poppetjes.
Die zijn vaak uniek en kosten bijna niets. Voor specifieke bso-kwaliteit materiaal kijk je bij leveranciers als Lobbes of Bij Jules. Daar vind je stevig materiaal dat jaren meegaat.
