De 'vriendschapsroos': Conflicten oplossen in de peutergroep

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Redactie Ozowiezo
Redactie
Montessori voor Peuters (1-3 jaar) · 2026-02-15 · 8 min leestijd

De 'vriendschapsroos': Conflicten oplossen in de peutergroep

Een peuter met een boos hoofd, twee kleine vuisten die in de lucht zwaaien en een verloren speelgoedblokje. Het is een beeld dat je misschien herkent vanuit je groep. Ruzie hoort erbij. Echt waar.

Het is het begin van leren delen, van begrijpen dat een ander ook wensen heeft.

Maar hoe begeleid je dat zonder zelf in de stress te schieten? De oplossing ligt vaak in een simpel, visueel hulpmiddel: de vriendschapsroos. Geen zweverig gedoe, maar een praktisch stappenplan dat je zo aan de muur kunt hangen.

Waarom ruzie maken eigenlijk goed is

Stel je even voor: twee peuters willen hetzelfde rode autootje. De spanning stijgt.

Dit is het moment waarop de magie kan gebeuren. In plaats van direct in te grijpen en te roepen "deel maar", geef je ze de ruimte om te leren.

Conflicten zijn mini-trainingen in sociale vaardigheden. Ze leren dat boosheid mag, dat een ander soms teleurgesteld is en dat er een oplossing kan zijn waar ze allebei blij mee zijn. Jouw rol? Die van een rustige gids. Je bent de veilige haven waarin ze dit spannende proces kunnen oefenen.

Het doel van de vriendschapsroos is om kinderen te leren blijven in de 'groene zone'.

De kracht van de groene zone

Dat is de zone van verbinding, van samen. In de methode van de Roos van Leary, die veel gebruikt wordt in de kinderopvang, zie je dat terug. Je hebt dieren die iets vertegenwoordigen.

De uil, die rustig observeert, en de dolfijn, die sociaal en behulpzaam is. Die combinatie is goud waard.

Een kind dat boos wordt, schiet in de 'rode zone' (vechten). Een kind dat alles maar laat gebeurt, zit in de 'blauwe zone' (onderwerping).

De groene zone is het doel: jezelf zijn én rekening houden met de ander.

2. Definities en achtergrondinformatie

Voordat we de roos induiken, is het goed om stil te staan bij de emoties die spelen.

Boosheid is vaak een topje van de ijsberg. Daaronder zit vaak angst of onzekerheid. Een peuter die geraakt wordt in zijn of haar behoefte aan controle of veiligheid, reageert soms heftig. Het is goed om je als pedagogisch medewerker bewust te zijn van die onderliggende lagen. Het gaat niet alleen om het conflict hier en nu, maar om het welzijn van het kind op de lange termijn.

2.1 Herkennen van angst

Angst is een basisemotie. Iedereen kent het. Het helpt je om alert te zijn.

Bij peuters is angst vaak gericht op nieuwe situaties, vreemde mensen of het verliezen van hun ouder. Dit is normaal. Je ziet het aan een kind dat zich vastklampt of een huilbui krijgt bij het brengen. Dit hoort bij de ontwikkeling.

Je hoeft dit niet direct 'op te lossen', maar het wel te benoemen en te omarmen. "Ik zie dat je het spannend vindt. Ik ben erbij."

Signalen van (normale) angst per leeftijdsfase

Per leeftijd verschilt wat normaal is. Bij baby's gaat het om vreemde gezichten en harde geluiden.

Peuters (1-3 jaar) zijn vaak bang voor donker, dieren of onbekende situaties. Dit is heel gewoon. Je ziet het bijvoorbeeld als er onverwachts een nieuwe groep kinderen komt voor een activiteit. Een kind kan zich dan terugtrekken of juist boos worden.

Dit is geen probleem, maar een signaal dat het kind tijd en begeleiding nodig heeft om te wennen. Jouw taak is om dit te herkennen en niet meteen te oordelen.

2.1.2 Problematische Angst

Hier wordt het serieuzer. Soms is angst niet zomaar een fase.

Het wordt problematisch als het lang duurt, het kind er echt onder lijdt en het functioneren belemmert. Volgens de JGZ-richtlijn (die nu wordt herzien, maar nog steeds leidend is) is dit het moment om in actie te komen. Denk aan een peuter die al maanden niet wil eten vanwege angst voor verslikken, of die door angsten niet meer naar de groep wil.

Dit soort angsten verdwijnt niet vanzelf. Als professional moet je dit signaleren en bespreekbaar maken met de ouders.

Problematische angst

Het is een rode vlag die je niet mag negeren, want het kan escaleren. Stel je voor: een kind in je groep dat constant huilt bij het brengen, niet speelt en alleen maar bij jou op schoot wil zitten. Dit is meer dan een verlatingsangst-bui.

Dit kind functioneert niet meer optimaal. Het kan de ontwikkeling belemmeren.

In de kinderopvang is het essentieel om dit soort signalen te herkennen en vast te leggen.

Praat erover met je collega's. Is dit een patroon? Werkt het kind andersom mee? Dit soort observaties zijn goud waard voor een eventuele doorverwijzing.

2.1.3 Angststoornissen

Als problematische angst doorzet, kan dit uitgroeien tot een angststoornis. Dit is een medische classificatie en vereist professionele hulp, vaak vanuit de Jeugd-GGZ.

Het gaat hier om angst die niet in verhouding staat tot de situatie en het dagelijks leven volledig ontregelt. Denk aan kinderen die door angst niet kunnen slapen, eten of naar de wc gaan.

Scheidingsangst of separatieangststoornis

Als pedagogisch medewerker ben je geen arts, maar je bent wel de ogen en oren op de groep. Je signaleert en ondersteunt. Praktijkvoorbeeld: Rosa (5) en Eva (9). Deze zussen hadden een duidelijke separatieangststoornis.

Ze konden niet zonder hun moeder, met extreme paniek tot gevolg. Dit gaat veel verder dan de gebruikelijke verlatingsangst bij peuters.

In de opvang zie je dit soms terug in extreme hechtingsproblematiek. Een peuter die na een half uur nog steeds hysterisch huilt en niet te troosten is, ondanks alle inzet van de pedagogisch medewerker. Dit soort situaties vraagt om een aanpak die verder gaat dan omgaan met uitdagend peutergedrag in de groepsruimte.

Sociale-angststoornis (voorheen Sociale fobie)

Het is zaak om hierover in gesprek te gaan met de ouders en eventueel een verwijzing naar de huisarts of JGZ te overwegen. Dit is de angst voor negatieve beoordeling door anderen.

Een peuter met deze angst trekt zich extreem terug, eet niet als er anderen kijken of durft niet te spelen.

In de peutergroep zie je een kind dat stil in een hoekje kruipt en niet reageert op andere kinderen. Dit is anders dan een verlegen kind dat rustig observeert. Dit kind ervaart echt stress en pijn. Het is belangrijk om dit niet te forceren, maar stapje bij stapje veiligheid te bieden, zodat het kind langzaam kan wennen aan de groep.

De vriendschapsroos in de praktijk

Nu we de onderliggende emoties begrijpen, gaan we terug naar de ruzie. De vriendschapsroos is een visuele weergave van het conflict-oplossingsproces. Je kunt hem tekenen op een A3-blad of kopen als poster.

De roos heeft vaak vijf of zes bloemblaadjes, elk met een stap.

Stap 1: Stop! Even niets doen. Handen op de rug. Kijk elkaar aan, want in de gevoelige periode voor orde is voorspelbaarheid essentieel.

Dit breekt de escalatie. Stap 2: Neem de tijd. Haal diep adem. Zoek de rust in jezelf.

Stap 3: Vertel wat je voelt. Gebruik "ik"-zinnen. "Ik word boos omdat..." of "Ik vind het niet leuk dat..." Stap 4: Luister naar de ander. Echt luisteren.

Wat zegt de ander? Hoe voelt diegene? Stap 5: Bedenk samen een oplossing. Wie bedenkt het eerste een idee? Kunnen we om en om?

Kunnen we samen spelen, of samen de boodschappen uitpakken? Stap 6: Maak het goed.

Een high-five, een hand of een glimlach. Je oefent dit eerst als groep, op een moment dat iedereen rustig is.

Je kunt het gebruiken met poppen of door een verhaal te vertellen. Als de ruzie uitbreekt, grijp je in: "Hé, wat zien ik? Laten we even naar de roos kijken." Je begeleidt het proces, maar de kinderen doen het werk.

De STORM-kaart als hulpmiddel

Een andere handige tool is de STORM-kaart, vaak gebruikt in trainingen voor docenten en groepsleiders. Deze kaart geeft een stappenplan dat makkelijk te onthouden is. STORM staat voor: Stop, Toelichting, Oplossing, Regel, Maken (afmaken).

Het werkt feitelijk hetzelfde als de roos, maar is soms voor kinderen die net iets ouder zijn (einde peutertijd) makkelijker te begrijpen.

Het fijne van zo'n kaart is dat je hem fysiek kunt neerleggen. Kinderen kunnen met hun vinger de stappen volgen.

Dit geeft houvast in de chaos van emoties. De trainingen die hierover gaan, zoals die van Schoolgeluk.nl, leren medewerkers hoe je dit soort methoden inzet. Ze combineren dit vaak met de Roos van Leary.

De prijzen voor dergelijke trainingen variëren, maar reken op een investering vanaf €150 tot €300 per persoon voor een workshopdag.

Een kostenpost, maar het levert je een rustigere groep en vaardigere kinderen op.

Praktische tips voor de groep

Hoe zorg je dat het niet bij een leuk idee blijft? De vriendschapsroos is geen toverstaf.

  • Maak het visueel: Hang de vriendschapsroos op ooghoogte van de kinderen. Gebruik heldere kleuren en duidelijke pictogrammen bij elke stap.
  • Oefen zonder druk: Gebruik de roos bij ruzies van poppen of tijdens een kringgesprek over een verhaal. Zo wordt het een veilig begrip voordat het echt nodig is.
  • Wees de coach, niet de rechter: Zeg niet "Jij had gelijk" of "Jij bent fout". Zeg: "Jullie voelen allebei iets. Laten we kijken hoe we dit oplossen." Blijf neutraal en ondersteunend.
  • Leer ze de 'groene zone' taal: Ondersteun de Roos van Leary door te benoemen welk dier bij welke actie hoort. "Zie je hoe je nu als dolfijn bent? Je helpt elkaar!"
  • Let op de onderliggende angst: Als een conflict ontstaat door angst (bijv. bang om iets kwijt te raken), benoem dat dan. "Ik zie dat je boos bent, maar ik denk dat je ook een beetje bang bent dat je speelgoed kwijt raakt. Laten we dat ook bespreken."

Het kost tijd en geduld. Maar het geeft kinderen een toolkit voor het leven.

Ze leren dat conflicten niet eng hoeven te zijn, maar een kans zijn om dichter bij elkaar te komen. En dat is precies wat je wilt als je werkt in de kinderopvang.

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Over Redactie Ozowiezo

Expert content over kinderopvang buitenschoolse opvang pedagogiek

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Montessori voor Peuters (1-3 jaar)
Ga naar overzicht →