Hoe stimuleer je een 'growth mindset' op de kinderopvang?
Stel je voor: een kind zit gefrustreerd aan tafel. De knutselactiviteit mislukt, de toren van blokken stort in, of de letters willen niet lukken.
Het kind kijkt op en zucht: "Ik ben niet goed in knutselen" of "Ik ben dom". Dit is het moment waarop je als pedagogisch medewerker het verschil kunt maken. Je kunt een kiem planten voor een 'growth mindset'.
In de wereld van de kinderopvang, van peuteropvang tot buitenschoolse opvang (BSO), is dit een van de krachtigste geschenken die je een kind kunt geven. Het is het geloof dat vaardigheden ontwikkeld kunnen worden, dat inzet loont en dat fouten geen eindstation zijn, maar een schot in de roos voor je leerproces.
Het is tijd om de handen uit de mouwen te steken. Weg met de focus op 'slim zijn' en halen we het maximale uit ieder kind?
Laten we aan de slag gaan met concrete stappen die je morgen al kunt toepassen op de groep.
Wat is de groeimindset?
Een groeimindset draait om één simpel idee: je brein is geen statisch ding, maar een spier die je kunt trainen. Dit concept komt van psychologe Carol Dweck.
Zij ontdekte dat kinderen die geloven dat ze hun intelligentie en vaardigheden kunnen ontwikkelen (groeimindset), anders reageren op uitdagingen dan kinderen die denken dat je of slim bent of niet (vaste mindset). In de kinderopvang zie je dit elke dag. De een rent direct weg bij een nieuwe activiteit, de ander probeert het juist extra hard.
De groeimindset draait om de woorden die we gebruiken en de houding die we aannemen.
Kinderen met een vaste mindset (fixed mindset)
We gaan voor "ik kan het nog niet" in plaats van "ik kan het niet". Deze kinderen geloven dat hun capaciteiten vastliggen. Ze zijn vaak bang voor fouten en zien moeilijkheden als een bedreiging voor hun 'slimme' imago.
Als ze iets niet meteen kunnen, denken ze: "Ik ben gewoon niet goed in rekenen". Ze vermijden nieuwe uitdagingen en geven snel op.
Kinderen met een groeimindset (growth mindset)
Uit Dweck's onderzoek blijkt dat deze kinderen minder gemotiveerd zijn en minder doorzettingsvermogen tonen.
Deze kinderen zien uitdagingen als iets leuks. Ze weten dat ze moeten oefenen om beter te worden. "Ik kan het nog niet, maar ik ben aan het leren". Ze zijn gemotiveerder en halen volgens onderzoek vaak betere resultaten, niet omdat ze slimmer zijn, maar omdat ze langer doorgaan en harder proberen. Ze weten dat fouten bij het leren horen.
Groeimindset voorbeelden
Laten we het concreet maken. Stel, een kind van 7 jaar op de BSO probeert een mozaïek te maken van kleine steentjes.
De vaste mindset zegt: "Dit lukt me nooit, kijk eens hoe mooi die van de buurvrouw is". De groeimindset zeggen we: "Wat gaaf dat je probeert om de rand netjes te maken. Welke kleur pak je als volgende?"
Een ander voorbeeld: een kind kan niet stilzitten tijdens de voorleestijd. In plaats van "Jij bent een drukke jongen", wat een label is, zeg je: "Ik zie dat je veel energie hebt. Kun je die gebruiken om de bladzijdes om te draaien?" Je verplaatst de focus van wie het kind is (een drukke jongen) naar wat het kind doet (energie kwijt kunnen).
Groeimindset ontwikkelen
Het ontwikkelen van een groeimindset is een marathon, geen sprint. Het vereist een andere manier van communiceren en kijken naar kinderen.
In de kinderopvang is de setting perfect: er gebeurt van alles. Van knutselen in de peuteropvang tot duurzaam spelen op de BSO. Dit is het trainingsveld voor de mindset.
Het begint bij het besef dat het geen trucje is. Je verandert de cultuur van de groep.
Je bewaakt je eigen taalgebruik en dat van je collega's. Je gaat voor de lange termijn, want het resultaat is een kind dat later niet direct opgeeft bij een moeilijke wiskundesom.
1. Aanprijzen van inspanning en doorzettingsvermogen bij kinderen
Hier gaat het mis bij veel volwassenen. We zijn vaak te snel met "Wat ben je slim!" of "Wat een mooi werkje!".
Dat is leuk, maar het werkt averechts. Een kind denkt dan: "O, ik ben slim als ik een mooi werkje maak. Als ik een lelijk werkje maak, ben ik dus dom."
We moeten complimenten geven over het proces. Focus op de inspanning, de strategie en de verbetering.
Zeg bijvoorbeeld: "Ik zie dat je het blokje drie keer hebt geprobeerd voordat het lukte. Dat doorzetten is knap." Of: "Je hebt een goede manier gevonden om de schaar vast te houden, dat zie je terug in je knipwerk." Concrete tip: Houd een 'inzet-stickerkaart' bij.
Niet voor het resultaat, maar voor het proberen. Doe iets met 10 procent regel. Vraag kinderen: "Heb je vandaag iets gedaan wat je net niet kon?"
2. Geef kinderen het goede voorbeeld als volwassene
Kinderen zijn superslimme afkijkers. Als jij als leidster gefrustreerd raakt omdat de printer het niet doet, en je roept: "Ik ben zo slecht met computers!", dan leer je ze een vaste mindset.
Ze zien jou als expert, en als jij het niet kunt, wie dan wel?
Laat ze zien dat jij ook leert. Ben je een nieuwe activiteit aan het uitproberen, zoals programmeren met Bee-Bots? Zeg dan hardop: "Wow, dit is best lastig voor mij.
Ik moet ook even oefenen. Laten we het samen uitzoeken." Dit geldt ook voor je eigen ontwikkeling. Praat over cursussen die je volgt.
"Ik ga een training doen om nog beter te leren omgaan met ruzies.
Ik wil daar graag in groeien." Je bent een rolmodel voor 'leven lang leren'.
3. Maak gebruik van positieve en opbouwende taal
De woorden die je kiest, vormen de bril waardoor kinderen de wereld kijken. Een 'fixed' taalgebruik zit vol oordelen.
Een 'growth' taalgebruik zit vol mogelijkheden. Dit is een techniek die je kunt trainen, net als spierkracht. Vervang standaardzinnen.
In plaats van "Let op dat je het niet kapot maakt", wat angst zaait, zeg je: "Kijk hoe voorzichtig je het neerlegt, dat is een goede techniek." In plaats van "Dat is verkeerd", zeg je: "Dat is nog niet helemaal goed, maar je bent op de goede weg.
Wat probeer je nu?" Gebruik het woord 'nog'. Dit is het magische woord van de groeimindset. "Ik kan het nog niet." "We zijn er nog niet." "Je weet het nog niet." Het opent de deur naar de toekomst en de mogelijkheid van groei.
6 tips voor het stimuleren van de groeimindset
Hier is je praktische toolkit voor in de groep. Deze tips werken direct. Ze zijn specifiek voor de kinderopvang en buitenschoolse opvang, ook als je te maken krijgt met verhuizingen binnen de kinderopvanglocaties.
- Richt je op het proces, niet op het resultaat: Als een kind een tekening maakt, vraag dan niet "Wat is het?" maar "Hoe heb je die kleuren gekozen?" of "Vertel eens over je tekening". Dit waardeert het denkproces.
- Vergelijk kinderen nooit met elkaar, maar met henzelf: Zeg nooit: "Kijk eens hoe netjes Tim het doet". Zeg: "Vandaag heb je je sokken veel sneller aangetrokken dan gisteren!". Dit zorgt voor persoonlijke groei en geen competitie.
- Laat ze fouten maken (en vier ze!): Maak een 'leermoment-viering'. Als iemand knoeit met de verf, zeg je: "Heb je gezien wat er gebeurde? Dat is super interessant. Laten we kijken of we het nog een keer kunnen proberen."
- Gebruik personages Fixie en Growie: Speel dit na. "Oh, dat gedrag doet me denken aan Fixie. Die geeft meteen op. Kun jij laten zien wat Growie zou doen?" Dit maakt het abstracte concept tastbaar en speels.
- Maak uitdagingen leuk: Gebruik woorden als 'avontuur', 'puzzel' of 'uitdaging' in plaats van 'moeten' of 'taak'. "We gaan vandaag een moeilijke puzzel oplossen!" werkt veel beter dan "Nu moet je puzzelen."
- Geef complimenten over doorzettingsvermogen: "Ik heb gezien dat je bent doorgegaan toen het moeilijk werd. Daar word je brein sterker van."
Vaak gemaakte fouten (en hoe je ze oplost)
Om je op weg te helpen, hier de valkuilen waar je als pedagogisch medewerker makkelijk intrapt. Wees je er bewust van, dan ben je er al.
- De 'slimme' valkuil: Je prijst intelligentie ("Wat ben je slim!"). Oplossing: Prijst de strategie ("Hoe heb je dat bedacht?").
- De 'snelheidsvalkuil: Je waardeert snelle kinderen meer. Oplossing: Waardeer de diepgang en het doorzettingsvermogen van de langzame denkers.
- De 'vergeet-mijn-fouten-niet' valkuil: Je herinnert kinderen voortdurend aan hun eerdere mislukkingen. Oplossing: Focus op de lessen die ze hebben geleerd.
- De 'redden'-valkuil: Je grijpt te snel in bij frustratie. Oplossing: Geef ze 30 seconden extra. Zeg: "Ik zie dat je worstelt. Blijf nog even proberen, ik kom straks kijken."
Verificatie-checklist: Is het gelukt?
Wil je weten of je op de goede weg bent? Vink deze punten af na een dag op de groep. Als je ze allemaal haalt, ben je een top-mentor voor een groeimindset.
- ☐ Heb ik vandaag minimaal 5 complimenten gegeven over inspanning in plaats van resultaat?
- ☐ Heb ik hardop gezegd dat ik zelf ook iets moeilijk vind en moet oefenen?
- ☐ Heb ik het woordje 'nog' gebruikt bij een kind dat iets niet lukt?
- ☐ Heb ik een kind aangemoedigd om door te gaan na een fout?
- ☐ Heb ik kinderen met rust gelaten om hun eigen oplossing te vinden?
- ☐ Heb ik gezegd: "Wat een uitdaging!" in plaats van "Wat een lastige taak"?
Als je deze checklist doorloopt, merk je dat het langzaam onderdeel wordt van je handelen.
De kinderopvang is de ideale plek om deze vaardigheid te slijpen. Je bent elke dag bezig met leren, spelen en groeien. Creëer een rustig Montessori-hoekje; maak er een feestje van.
