Hoeveel pedagogisch medewerkers staan er op een groep?

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Redactie Ozowiezo
Redactie
Kinderopvang & BSO Pedagogiek · 2026-02-15 · 7 min leestijd

Je staat voor een groep kinderen en vraagt je af: hoeveel pedagogisch medewerkers horen er eigenlijk bij te staan? Het antwoord hangt af van de leeftijd van de kinderen, de soort opvang en de exacte uren die ze doorbrengen.

De wetgeving is in 2024 iets veranderd, vooral voor buitenschoolse opvang (BSO).

In dit stuk lees je stap-voor-stap hoe je het aantal medewerkers per groep berekent, waar je op moet letten en hoe je de regels toepast in de praktijk.

Wat is de beroepskracht-kindratio precies?

De beroepskracht-kindratio (BKR) is de wettelijke verhouding tussen het aantal pedagogisch medewerkers en het aantal kinderen in een groep. Het ministerie bepaalt hoeveel kinderen één medewerker maximum mag begeleiden.

Die ratio verschilt per leeftijdsgroep. De BKR is een minimum: je mag altijd meer medewerkers inzetten, maar nooit minder.

De regels staan in de Wet kinderopvang 2024. Ze zijn bedoeld om de veiligheid en kwaliteit van de opvang te garanderen. De BKR wordt per groep berekend in de dagopvang (0-4 jaar).

Voor BSO geldt sinds 1 juli 2024 een andere rekensom: die gaat uit van het totaal aantal kinderen per locatie, niet per groep. De ratio is dus een basis, maar de praktijk kent ook extra regels, zoals de 3-uursregeling en het vaste-gezichtencriterium. Die leggen we hieronder uit.

Het aantal kinderen per pedagogisch medewerker

De leeftijd van kinderen bepaalt hoeveel kinderen één medewerker aankan. Hoe jonger het kind, hoe intensiever de zorg en hoe kleiner de groep.

  • 0-1 jaar: maximaal 3 kinderen per medewerker.
  • 1-2 jaar: maximaal 5 kinderen per medewerker.
  • 2-3 jaar: maximaal 8 kinderen per medewerker.
  • 3-4 jaar: maximaal 8 kinderen per medewerker.

De maximumaantallen per professional zijn: Bij een groep van 12 kinderen van 2 jaar moet je dus minimaal 2 medewerker inzetten (12 ÷ 8 = 1,5, afronden naar boven). Bij 6 baby’s van 0-1 jaar zijn dat minimaal 2 medewerkers (6 ÷ 3 = 2).

De BKR-rekentool op 1ratio.nl helpt organisaties bij deze berekening per groep. Gebruik die tool voor een snelle check, maar controleer altijd zelf of de groepssamenstelling klopt.

Buitenschoolse opvang

Voor BSO geldt sinds 1 juli 2024 een nieuwe rekensom op locatieniveau: (A × 0,1) + (B × 0,083). Hierbij is A het aantal kinderen dat langer dan 3 uur opvang krijgt en B het aantal kinderen dat korter dan 3 uur opvang krijgt. Het resultaat is het aantal benodigde medewerkers per dag.

Je mag deze uren spreiden over de dag, maar je moet wel voldoende medewerkers beschikbaar hebben tijdens de piekuren. De 3-uursregeling mag alleen worden toegepast bij dagopvang en BSO op volledige opvangdagen.

Het betekent dat je maximaal 3 uur per dag mag afwijken van de BKR.

Voor BSO mag je daarnaast maximaal een half uur per dag minder medewerkers inzetten voor of na schooltijd. Dit is handig bij de start- en eindtijden van school, maar zorg dat je altijd voldoende dekking hebt om zelfstandigheid op de BSO te waarborgen.

Vaste medewerkers voor nuljarigen

Voor baby’s van 0-1 jaar is extra stabiliteit belangrijk. De wet eist dat er minimaal twee tot drie vaste gezichten zijn, afhankelijk van het totaal aantal medewerkers op de groep.

Bij een groep van 6 baby’s en 2 medewerkers zijn dat dus 2 vaste gezichten. Bij een groep van 9 baby’s en 3 medewerkers zijn dat 3 vaste gezichten. Dit zorgt voor betrouwbare hechting en voorspelbaarheid. Je mag de vaste gezichten niet zomaar wisselen.

Plan de roosters zo dat dezelfde medewerkers regelmatig op dezelfde baby-groep staan. Dit voorkomt onrust en ondersteunt de ontwikkeling van het kind. Let op: deze regel geldt alleen voor dagopvang, niet voor BSO.

Hoeveel vaste gezichten per kind?

Het vaste-gezichtencriterium geldt voor alle kinderen in de dagopvang. Elk kind moet minimaal één vast gezicht hebben. Voor baby’s (0-1 jaar) ligt dit op maximaal 2-3 vaste gezichten, afhankelijk van het totaal aantal medewerkers.

Voor kinderen van 1 jaar en ouder ligt dit op maximaal 3-4 vaste gezichten.

Stel: een groep van 12 kinderen van 2-3 jaar met 2 medewerkers. Elk kind heeft dan één vast gezicht, maar het totaal aantal vaste gezichten per kind mag niet meer dan 3-4 zijn.

Dit betekent dat je rooster consistent moet zijn. Wisselende invalkrachten mogen de vaste gezichten niet overschrijden. Plan dus vooruit en zorg dat de vaste medewerkers regelmatig op dezelfde groep staan.

Aantal pedagogisch medewerkers per kind

De BKR bepaalt het minimum aantal medewerkers per groep, maar je kunt ook per kind kijken hoeveel medewerkers er nodig zijn. Bij baby’s is dat 1 medewerker per 3 kinderen.

Bij peuters van 1-2 jaar is dat 1 medewerker per 5 kinderen. Bij 2-4 jaar is dat 1 medewerker per 8 kinderen. In de praktijk betekent dit dat je bij een gemengde groep de hoogste ratio aanhoudt (de jongste leeftijdsgroep bepaalt de minimumbezetting).

Gebruik de BKR-rekentool voor een nauwkeurige berekening per groep. Vul de leeftijdscategorieën in en het tool laat zien hoeveel medewerkers je minimaal nodig hebt.

Vergeet niet dat je altijd extra medewerkers kunt inzetten voor kwaliteit, rust en aandacht. De tool is gratis en wordt door veel organisaties gebruikt.

Het vaste-gezichtencriterium

Het vaste-gezichtencriterium is een wettelijke eis die zorgt voor herkenbaarheid en veiligheid. Elk kind in de dagopvang moet minimaal één vast gezicht hebben.

Voor baby’s geldt een maximum van 2-3 vaste gezichten, voor kinderen van 1 jaar en ouder een maximum van 3-4 vaste gezichten.

Dit hangt af van het totaal aantal medewerkers op de groep. Om dit te realiseren, plan je de roosters zo dat vaste medewerkers regelmatig op dezelfde groep staan. Laat invalkrachten alleen bijspringen als het nodig is, en zorg dat ze niet het aantal vaste gezichten overschrijden.

Dit voorkomt onrust en ondersteunt de hechting. De Wet kinderopvang 2024 benadrukt dit criterium; zo kun je ook beter de ontwikkeling van het kind volgen. Controleer je roosters daarom regelmatig.

Stap-voor-stap handleiding

Wat je nodig hebt: een overzicht van de groepssamenstelling (leeftijden en aantal kinderen), de BKR-rekentool (1ratio.nl), en je roosterplanning voor de komende weken. Zorg dat je de actuele wetgeving bij de hand hebt (Wet kinderopvang 2024).

  1. Verzamel de gegevens per groep. Noteer het aantal kinderen per leeftijdscategorie: 0-1, 1-2, 2-3, 3-4 jaar. Bij BSO noteer je A (langer dan 3 uur) en B (korter dan 3 uur). Tijd: 5 minuten.
  2. Bereken de BKR per groep (dagopvang). Deel het aantal kinderen per leeftijd door de maximaal toegestane kinderen per medewerker. Afronden naar boven. Gebruik de BKR-rekentool voor een snelle check. Tijd: 5-10 minuten.
  3. Pas de 3-uursregeling toe (indien van toepassing). Alleen bij volledige opvangdagen in dagopvang of BSO. Maximaal 3 uur per dag afwijken van de BKR. Voor BSO mag je daarnaast maximaal een half uur per dag minder medewerkers inzetten voor of na schooltijd. Tijd: 2 minuten.
  4. Controleer het vaste-gezichtencriterium. Zorg dat elk kind minimaal één vast gezicht heeft. Voor baby’s maximaal 2-3 vaste gezichten, voor kinderen van 1 jaar en ouder maximaal 3-4 vaste gezichten. Plan de roosters consistent. Tijd: 10 minuten.
  5. Bereken de BSO-ratio op locatieniveau. Gebruik de formule (A × 0,1) + (B × 0,083). Zorg dat je voldoende medewerkers beschikbaar hebt tijdens de piekuren. Tijd: 5 minuten.
  6. Verifieer je berekening. Check of je aan alle minimumeisen voldoet, of je extra medewerkers kunt inzetten en of de roosters kloppen. Tijd: 5 minuten.

Trek 15-30 minuten uit voor de berekening per groep. Veelgemaakte fouten: verwar BKR per groep (dagopvang) niet met BKR per kindercentrum (BSO). Vergeet de 3-uursregeling niet toe te passen bij volledige opvangdagen.

Overschrijd het maximum aantal vaste gezichten niet. Gebruik de BKR-rekentool altijd als check, maar vertrouw niet blind op het tool.

Verificatie-checklist

  • Is het aantal medewerkers per groep gelijk of hoger dan de BKR?
  • Zijn de vaste gezichten per kind binnen de limieten (baby’s: 2-3, 1+: 3-4)?
  • Is de 3-uursregeling correct toegepast (alleen bij volledige opvangdagen)?
  • Is de BSO-ratio op locatieniveau berekend met (A × 0,1) + (B × 0,083)?
  • Zijn de roosters consistent en voldoende medewerkers beschikbaar tijdens piekuren?
  • Is de BKR-rekentool gebruikt als extra check?

Als je alle punten kunt afvinken, voldoet je groep of locatie aan de wettelijke eisen. Je kunt nu met vertrouwen de opvang draaien, wetende dat je voldoende pedagogisch medewerkers inzet en, door buitenspelen en natuurbeleving te stimuleren, de kwaliteit van de zorg waarborgt.

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Over Redactie Ozowiezo

Expert content over kinderopvang buitenschoolse opvang pedagogiek