Knutselen met peuters: Proces vs resultaat

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Redactie Ozowiezo
Redactie
Montessori voor Peuters (1-3 jaar) · 2026-02-15 · 9 min leestijd
Transparantie: Dit artikel bevat affiliate links. Als je via onze link een product koopt, ontvangen wij een kleine commissie. Dit kost jou niets extra en helpt ons om deze site te onderhouden.

Je staat in de peutergroep en ziet een tafel vol met plakband, verf en wc-rollen. Een kindje pakt een stuk papier en begint driftig te krassen.

Een ander kind kijkt en zegt: “Dat is lelijk.” Het is een moment van spanning. Ga je nu uitleggen hoe het ‘moet’? Of laat je het gewoon gebeuren?

Bij knutselen met peuters gaat het namelijk niet om die ene mooie prent voor aan de muur.

Het gaat om het avontuur van het maken. In de pedagogiek van Montessori voor peuters draait alles om de reis, niet de bestemming. Laten we het hebben over de keuze tussen focussen op het resultaat of volledig duiken in het creatieve proces.

Procesgericht werken: Jouw kind écht centraal!

Stel je voor: je geeft een peuter een vel papier en drie kleuren wasco. Het doel? Geen idee.

Het kind begint te experimenteren. Dit is procesgericht werken. Hierbij staat het kind écht centraal, niet de verwachting van de leidster of de ouder. In de kinderopvang zie je vaak dat er een voorbeeld wordt getoond.

Iedereen maakt vervolgens hetzelfde ‘mooie’ werkje. Dat is resultaatgericht. Maar bij Montessori gaat het om de innerlijke drive van het kind.

Het kind ontdekt wat het kan met materialen. Het leert zijn eigen grenzen en mogelijkheden kennen.

Dit sluit aan bij de visie van Partou (Bron 1), waarbij de begeleiding zo wordt ingericht dat het kind de hoofdrol speelt. Je bent geen directeur die het script voorschrijft, maar een gids die de deur openhoudt. Wanneer je resultaatgericht werkt, leg je de lat vaak te hoog.

Je verwacht een nette tekening of een symmetrisch knutselwerkje. Peuters tussen de 1 en 3 jaar zijn daar nog niet aan toe.

Hun fijne motoriek is in ontwikkeling. Hun concentratie is kort. Door te focussen op het proces, haal je de druk van de ketel.

Een peuter die voelt dat het proces belangrijk is, ontwikkelt meer zelfvertrouwen.

Het kind leert dat het mag zijn wie het is, met al zijn gekke vormen en felle kleuren.

Vaarwel resultaat, welkom creatief proces!

We moeten een moeilijk woord even uitleggen: het “wow-effect”. Dit concept komt van Anne Bamford (Bron 2).

Het is dat moment van pure verrassing tijdens het creëren. Stel je voor: een peuter drukt een bolletje klei plat en ziet ineens dat het een vorm aanneemt die lijkt op een pannenkoek. Dat is een wow-moment.

Als je alleen maar focust op het eindresultaat, mis je deze kleine explosies van ontdekking.

Je bent te druk met denken: “Is het af?” In de praktijk van de buitenschoolse opvang (BSO) en peuteropvang zie je dit verschil duidelijk. Bij resultaatgericht werken is het doel om iets ‘moois’ te maken. Maar wat is mooi?

Volgens Bron 2 is “mooi” persoonlijk. Het is geen objectieve waarde.

Kinderen moeten zelf ontdekken wat zij mooi of lelijk vinden. Door het proces te omarmen, geef je ze die ruimte. Je zegt niet: “Teken een huisje met een puntdak.” Je zegt: “Hoe ziet jouw huis eruit?” Dat opent een wereld van mogelijkheden.

Een concrete vergelijking: kies je voor het resultaat, dan leg je de nadruk op het eindproduct.

Je hangt het op en zegt: “Kijk eens wat een mooi kunstwerk.” Kies je voor het proces, dan leg je de nadruk op het maken. Je zegt: “Wat een fijne concentratie had je toen je die verf mengde.” Het verschil is gigantisch voor de ontwikkeling van je kind.

Stap voor stap leren kinderen hun creativiteit te uiten

Het creatieve proces verloopt in fases. Als pedagogisch medewerker of ouder hoef je niet alles zelf uit te vinden.

Je volgt gewoon de stappen die het kind aangeeft. Laten we kijken naar hoe dit eruitziet in de praktijk van alledag.

Het idee: kleine stapjes beginnen groot

Alles begint met een idee. Soms is dat idee vaag, soms heel specifiek. Bij peuters ontstaat een idee vaak uit hun belevingswereld. Ze hebben net een rups gezien in de tuin, of een brandweerauto gehoord.

Volgens Bron 3 sluit een creatief ontwerp aan op de belevingswereld van het kind.

Je hoeft geen ingewikkeld plan te bedenken. Begin klein. Stel, een kind wil een “rups” maken. Je kunt meteen een voorbeeld geven, maar dat is resultaatgericht.

In plaats daarvan vraag je: “Hoe ziet een rups er voor jou uit?” Misschien is het kind meer geïnteresseerd in de beweging dan in de vorm. Dan wordt het knutselen misschien wel een schilderij van bewegende lijnen, in plaats van een nette rups met stippen.

Inspiratie zoeken en ontdekken

Dit sluit aan bij de ontwikkeling van de peuter. Inspiratie is overal.

In de kinderopvang is het belangrijk dat kinderen materialen zelf kunnen pakken. Dit noemen we de “vrije keuze”. In een Montessori-omgeving staan materialen laag en overzichtelijk.

Een peuter ziet een rolletje tape en een stuk touw. Die combinatie roept iets op.

Misschien wil hij een “vlieger” maken, of een “slang”. De tip hier is: stimuleer het wow-effect door ruimte te geven voor verrassende ontdekkingen.

Het concept: van idee naar een plan

Leg niet alles vast. Laat het kind zelf materialen verzamelen en zelfstandig opruimen na het spelen (Bron 3).

Zie je dat een peuter een wc-rol pakt en er verf op gooit? Prachtig. Dat is ontdekken. Het kind leert hoe materialen reageren op water, druk en kleur. Dit is veel waardevoller dan een voorgeknipt figuur plakken. Als het idee eenmaal helder is, ontstaat er een plan.

Dit hoeft niet op papier te staan. Bij peuters is het plan vaak een “doelgerichte actie”.

Ze weten wat ze willen, maar weten nog niet precies hoe. Dit is het moment om open vragen te stellen. Gebruik vragen als: “Hoe ga je dat maken?” of “Wat heb je daarvoor nodig?” Dit stimuleert het ontwerpende denken (Bron 3).

De uitvoering: tijd om te maken!

Je merkt dat kinderen soms haperen. Ze willen iets, maar het lukt niet meteen; dit is een uitgelezen kans om te oefenen met het geduld van een peuter.

Dit is een leerzaam moment. Je kunt nu helpen door materiaal aan te reiken, niet door het over te nemen.

Je bent een facilitator, geen maker. Nu komt het echte werk: de uitvoering. Hier gebeurt het wonder.

De peuter pakt de materialen en gaat aan de slag. In het procesgericht werken is dit het belangrijkste deel.

De handen doen het werk, het hoofd denkt mee. Laat het kind experimenteren.

Er is geen verkeerde manier om te knutselen. Soms gaat er wat mis: de verf drupt, het papier scheurt.

Dat is niet erg. Dat hoort erbij. In plaats van te zeggen: “Pas op, dat wordt een kliederboel,” moedig je het aan: “Kijk eens wat er gebeurt als je de verf mengt.” Als de uitvoering klaar is, volgt er een evaluatie. Dit is essentieel in het ontwerpproces (Bron 3). Je kijkt niet alleen naar het resultaat, maar praat over het proces. “Wat vond je leuk om te doen?” “Wat was moeilijk?” “Zou je het morgen anders doen?” Dit helpt het kind om na te denken over zijn eigen handelen.

Keuzehulp: Kies je voor resultaat of proces?

Het is tijd om een keuze te maken. Wil je knutselen voor de mooi-plaatjes of voor de ontwikkeling van je kind?

Laten we dit eerlijk vergelijken op een aantal concrete criteria die spelen in de kinderopvang en pedagogiek.

1. Focus en aandacht
Bij resultaatgericht knutselen ligt de focus op het eindproduct. De leidster let op of het kind binnen de lijntjes kleurt of de juiste vorm maakt.

Bij procesgericht werken ligt de focus op het kind. Je let op concentratie, emotie en creativiteit. De aandacht is dus persoonlijker en warmer. 2.

Ontwikkeling van zelfvertrouwen
Een resultaatgericht kind moet voldoen aan een standaard. Lukt dat niet?

Dan voelt het kind zich misschien falen. Bij procesgericht werken is er geen standaard.

Alles wat het kind doet, is goed. Dit bouwt een enorm zelfvertrouwen op. Het kind leert: “Ik mag er zijn, met mijn eigen ideeën.”

3. Creativiteit en oplossend vermogen
Bij resultaatgericht werken is de uitkomst vaak voorspelbaar.

Iedereen maakt hetzelfde konijn. Bij procesgericht werken is de uitkomst onbekend. Het kind moet zelf oplossingen bedenken als de lijm niet plakt of de potlood breekt.

Dit traint het oplossend vermogen veel meer. 4.

Materialen en kosten
Voor resultaatgericht knutselen koop je vaak kant-en-klare knutselpakketten (€5 - €15 per stuk).

Deze zijn specifiek voor één project. Procesgericht werken gebruikt basismaterialen: verf, papier, klei, tape, en natuurlijk gerecycled materiaal zoals dozen en rollen. De kosten zijn lager en de materialen zijn herbruikbaar.

Een pot verf (€3) en een stapel papier (€2) gaan veel langer mee dan een eenmalig pakket. 5. Tijd en voorbereiding
Resultaatgericht werken kost vaak meer voorbereidingstijd voor de leidster: patronen uitzoeken, materialen per kind klaarleggen. Procesgericht werken vraagt om een goede basisvoorziening: een rijke creatieve hoek waar kinderen vrij kunnen kiezen.

Dit scheelt tijd op de lange termijn, maar vraagt wel om een goede organisatie van de materialen, net zoals het belang van een eigen kapstok op ooghoogte voor de zelfstandigheid van een kind.

6. Pedagogische kwaliteit
Resultaatgericht werken leert kinderen vooral volgen en kopiëren.

Procesgericht werken (zoals in Montessori en de pedagogiek van Bron 3) leert kinderen initiatief nemen, keuzes maken en reflecteren. Dit sluit beter aan bij de ontwikkelingsdoelen van de hedendaagse kinderopvang.

Keuzehulp: Wat kies jij?

Om het overzichtelijk te maken, hier een duidelijke keuze: Een middenweg?
Ja, die is er.

  • Kies voor het resultaat als je werkt met een heel strakke tijdlijn en een specifiek thema moet afsluiten met een tastbaar product voor ouders (bijvoorbeeld een Moederdag-cadeau dat er precies zo uit moet zien als het voorbeeld). Dit is handig bij grote groepen waarbij je chaos wilt voorkomen.
  • Kies voor het proces als je de individuele ontwikkeling van de peuter centraal wilt stellen. Dit is ideaal voor dagelijkse knutselmomenten in de peuteropvang of BSO. Het stimuleert concentratie, zelfstandigheid en creativiteit.

Je kunt een “procesgericht project” doen met een resultaat als afsluiter. Geef een thema, bijvoorbeeld “De Dierentuin”. Laat de kinderen vrij experimenteren met dierenvormen en materialen.

Aan het eind van de week maak je een groeps-expositie van al hun werken.

Het resultaat is er, maar de weg ernaartoe was volledig vrij en kindgestuurd. Dit combineert het beste van twee werelden. Onthoud: bij knutselen met peuters is het avontuur belangrijker dan de bestemming.

Geef ze de materialen, de ruimte en de tijd, en kijk wat er gebeurt. Je zult versteld staan van de wow-momenten die ontstaan.

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Over Redactie Ozowiezo

Expert content over kinderopvang buitenschoolse opvang pedagogiek

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Montessori voor Peuters (1-3 jaar)
Ga naar overzicht →