Leren delen: Waarom we kinderen niet dwingen om speelgoed af te geven
Stel je voor: je bent in de speelhoek van de peuteropvang. Twee kleuters, beide net 2,5 jaar, ontdekken samen een gloednieuwe houten treinbaan van het merk Grimms.
Eén kind pakt de blauwe wagon en het andere kind gilt: “MIJN WAGON!” Het drama barst los. Jij als pedagogisch medewerker staat erbij en denkt: hoe los ik dit op zonder dat iedereen overstuur raakt? Het antwoord is simpeler dan je denkt: dwing ze niet om direct af te geven. In de wereld van de kinderopvang en buitenschoolse opvang weten we dat delen een vaardigheid is die kinderen stap voor stap leren, niet door dwang, maar door begeleiding.
Waarom vinden kinderen delen met anderen zo lastig?
Peuters en kleuters zijn nog volop in ontwikkeling. Hun brein is nog niet klaar voor complexe sociale regels.
Ze handelen vaak vanuit emotie, impulsiviteit en egocentrisme. Dat betekent niet dat ze egoïstisch zijn, maar dat ze de wereld nog vooral vanuit hun eigen perspectief zien.
Als een kind een speeltje vast heeft, voelt het alsof het van hen is. Het is een veiligheidsgedrag. In de kinderopvang zie je dit dagelijks. Een kind pakt een blokkenbak of een pop en wil die niet afstaan.
Als je dan zegt: “Geef maar even aan je vriendje”, kan dat averechts werken.
Vanaf wanneer kan mijn kind delen?
Het kind voelt zich niet begrepen en reageert boos of huilerig. Het is belangrijk om te zien dat het gedrag niet kwaadwillend is, maar een uiting van een onvolwassen brein. Volgens ontwikkelingspsychologen kunnen kinderen vanaf 4 jaar beter samen spelen en delen.
Rond 6-7 jaar is de ontwikkeling verder gevorderd. Voor peuters van 1 tot 3 jaar is delen nog te ingewikkeld.
Verwachten dat een peuter sociaal-emotioneel al kan delen, is onrealistisch. In de Nederlandse peuter- en kleuterleeftijd (2-7 jaar) is egocentrisme normaal.
Het hoort bij de groei. In de praktijk betekent dit dat je in de peuteropvang vooral gericht bent op het bieden van structuur en herhaling. Je leert kinderen stappen aan: wachten, vragen, ruilen.
In de buitenschoolse opvang (bso) zie je dat kinderen van 6 jaar al beter kunnen onderhandelen over wie welk speelgoed krijgt. Maar zelfs dan zijn er nog ruzies over spellen of bouwmaterialen. Het is een proces.
Psycholoog geeft advies: dit kun je het beste doen als je kind speelgoed afpakt van andere kinderen
Dr. Siggie, een bekende kinderpsycholoog op Instagram, benadrukt dat direct verbieden en boos reageren averechts werkt.
Zeg niet: “Stop daarmee! Dat is niet aardig!” Dit veroorzaakt extra boosheid of huilbuien.
“Ik zie dat je dat speeltje wil. Het ziet er ook leuk uit! We kunnen het niet pakken, ook al willen we ermee spelen.”
In plaats daarvan reageer je rustig en doortastend. Je erkent het gevoel en stelt een grens. Dit werkt omdat je het kind begrijpt én duidelijk maakt wat wel mag.
Je geeft het kind controle over de situatie. Dr. Siggie adviseert om het goede voorbeeld te geven door stappen te volgen die je kind kan nemen. Bijvoorbeeld: eerst kijken, dan vragen, dan wachten. In de kinderopvang kun je dit oefenen met een pictogrammenkaart of een stappenplan op de muur.
‘Mag ik ook een keer?’
Een kind dat speelgoed afpakt, heeft vaak een onderliggende behoefte: jaloezie of behoefte aan aandacht.
Als je alleen reageert op het afpakken en niet op die behoefte, los je het probleem niet op. Net zoals een kind zich veilig voelt door een eigen plekje en kapstok op ooghoogte, helpt erkenning hier ook. Vraag daarom: “Wil je zelf ook een wagon?
Je mag straks als je vriendje klaar is.” Dit helpt het kind om te leren wachten en te begrijpen dat speelgoed niet altijd direct beschikbaar is. In de praktijk betekent dit dat je soms een timer gebruikt. Zeg: “We zetten de timer op 5 minuten.
Daarna is het jouw beurt.” Dit is een concrete, visuele manier om tijd te laten zien.
In de buitenschoolse opvang werkt dit goed bij spellen zoals Memory of bouwen met Kapla.
Als je kind steeds speelgoed afpakt: wat kun je doen?
Herken dat kinderen handelen vanuit emotie, impulsiviteit en egocentrisme. Dit is normaal bij peuters en kleuters.
Als een kind steeds speelgoed afpakt, is het belangrijk om te zoeken naar de oorzaak. Is het kind moe? Heeft het honger? Is er te veel prikkels?
In de kinderopvang kun je dit bespreken met de ouders en kijken of er patronen zijn. Een praktische aanpak is om de controle bij het kind te leggen.
Geef je kind de controle over het delen. Bijvoorbeeld: “Jij mag kiezen welke auto je eerst gebruikt en welke je later deelt.” Dit geeft het kind een gevoel van autonomie.
Hoe werkt dat bij jonge kinderen?
Ook kun je vragen of je kind mag meespelen als de ander klaar is. Op die manier kun je sociaal gedrag stimuleren zonder te forceren. Bij jonge kinderen (1-3 jaar) is delen nog niet mogelijk. Ze begrijpen het concept ‘mij’ en ‘jij’ pas net.
In de peuteropvang werken we met duplo of zachte blokken die makkelijk te delen zijn. We bieden meerdere exemplaren aan van hetzelfde speelgoed, zodat er minder strijd ontstaat.
Bijvoorbeeld: 4 treinen van de Hape-treinset, zodat ieder kind er één heeft. In de buitenschoolse opvang (bso) voor kinderen van 4 tot 12 jaar kun je meer verwachten. Kinderen van 6 jaar kunnen al onderhandelen over wie welk spel speelt.
Je kunt een ‘delen-wijzer’ maken: een overzicht van hoe je omgaat met speelgoed.
Dit helpt kinderen om zelf oplossingen te bedenken. In de praktijk betekent dit dat je als pedagogisch medewerker vooral coachend bent: je stuurt aan zonder te dwingen.
Praktische tips voor de kinderopvang en bso
Om het delen in de opvang soepel te laten verlopen, volgen hier concrete tips die je direct kunt toepassen. Deze zijn gebaseerd op adviezen van opvoedcoaches zoals Annelies en kinderpsycholoog Dr. Siggie. In de peuteropvang kun je, net zoals wanneer je omgaat met een peuter die niet wil opruimen, speelgoed aanbieden dat geschikt is voor delen.
- Geef je kind de controle: Laat het kind zelf kiezen welk speelgoed het eerst gebruikt en wat later gedeeld wordt. Dit vermindert de weerstand.
- Vraag of je kind mag meespelen als de ander klaar is: Gebruik een timer of een visuele planning, zodat het kind weet wanneer het aan de beurt is.
- Reageer rustig en doortastend: Zeg: “Ik zie dat je dat speeltje wil. Het ziet er ook leuk uit! We kunnen het niet pakken, ook al willen we ermee spelen.”
- Geef het goede voorbeeld: Laat zien hoe je zelf vraagt om iets en wacht tot het vrijkomt.
- Herken emoties: Zeg: “Ik begrijp dat je boos bent omdat je de trein wilt. Het is oké om boos te zijn, maar we pakken niet af.”
Denk aan blokken, zachte ballen of speelgoed dat je samen kunt gebruiken.
In de bso kun je spellen introduceren die samenwerking stimuleren, zoals bordspellen of bouwprojecten. Prijzen voor speelgoed in de opvang variëren: een houten treinset van Grimms kost ongeveer €40-€60, een Kapla-set kost €25-€50.
Investeer in meerdere exemplaren om ruzie te voorkomen. Door op deze manier te werken, leer je kinderen stap voor stap om te delen zonder dwang. Het resultaat? Minder ruzies, meer plezier en een veilige sfeer in de opvang. En dat is waar het om gaat: kinderen laten groeien in hun eigen tempo, met ondersteuning van betrokken pedagogisch medewerkers.
