Rekenen met de kralenkettingen: Het overslaan van tellen

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Redactie Ozowiezo
Redactie
Taal, Rekenen & Kosmisch Onderwijs · 2026-02-15 · 8 min leestijd

Een kind dat driftig een stapel blokken zit te tellen, telt soms twee keer hetzelfde blok of vergeet er eentje.

Dat is heel normaal, maar het frustreert. Zeker als je als pedagogisch medewerker in de bso ziet dat het rekenen niet wil vlotten. De oorzaak ligt vaak niet aan de intelligentie van het kind, maar aan de manier van tellen. We leren kinderen vaak om één voor één te tellen: '1, 2, 3, 4...'.

Dat werkt prima voor kleine aantallen, maar wordt chaos bij grotere groepen. De oplossing is een oud, simpel en krachtig Montessori-middel: de kralenketting.

Het leert kinderen om te 'overslaan' in hun hoofd, oftewel subiteren en groeperen.

Dit is de sleutel naar echt getalbegrip.

Waarom tellen vaak misgaat

Veel kinderen in de leeftijd van 4 tot 6 jaar tellen asynchroon. Ze wijzen naar een blok, zeggen '1', wijzen naar het volgende, zeggen '2', en soms wijzen ze per ongeluk terug naar het eerste blok en zeggen ze '3'.

Of ze tellen een blok over omdat hun vinger te snel gaat.

Het is een logisch gevolg van de telontwikkeling, maar het belemmert de doorstroming. Getalbegrip is de allerbelangrijkste voorspeller van rekenvaardigheid later. Als een kind niet snapt dat '7' bestaat uit een groepje van 5 en een groepje van 2, blijft het tellen tot tien een moeizame exercitie.

In de kinderopvang en op de bso zie je dit dagelijks. We willen kinderen niet alleen 'de tafel van 3' leren stampen, maar begrip geven van hoe getallen in elkaar steken. De kralenketting lost dit op. In plaats van losse kralen die makkelijk uit de bocht vliegen, zitten ze vast aan een draad.

Een kind kan de ketting vastpakken, voelen en zien. De structuur is voelbaar.

Dit helpt bij de ontwikkeling van het mentale beeld van getallen. Het is een concrete brug naar abstract denken.

We gebruiken de tienstructuur als basis, omdat ons telstelsel nu eenmaal op tien vingers is gebaseerd. Door te leren dat 10, 20, 30 eenheid is, hoort het kind niet meer te tellen van 1 tot en met 20, maar te groeperen: 'kijk, twee groepjes van 10'. Dat is het overslaan.

Verkort tellen met de tienstructuur

De kern van de kralenketting-methode is het visueel en fysiek maken van de tienstructuur. Neem nu de ketting met 100 kralen. De standaard Montessori-kettingen zijn er in paren: 5, 10, 20, 100 en 1000.

De ketting van 100 bestaat uit 10 segmenten van 10 kralen. De kleuren wisselen zich af: goud, blauw, rood, blauw... enzovoort.

Een kind begint met tellen. Eerst tel je de losse kralen: 1, 2, 3... tot 10.

Dan kom je aan het volgende segment. In plaats van weer van 11 tot en met 20 te tellen, sla je over. Je zegt: '10, 20'.

Je telt de groepjes van 10. Voor de bso-leidster betekent dit: leg de ketting op tafel.

Vraag het kind: "Hoeveel kralen zitten er in totaal?" Als het kind begint te ratelen: "1, 2, 3...", grijp je in. "Stop. Kijk eens naar de draad. Zie je die knoopjes na elke 10 kralen?" Je laat het kind de ketting voelen. "Dit is een groepje van 10.

En dit is er ook een." Je telt niet de losse kralen, maar de groepjes. "10, 20, 30, 40..." Dit traint het oog.

Het kind leert patronen herkennen, net zoals bij het herkennen van sterrenbeelden aan de hemel. Diepgroene kralen (in sommige systemen) markeren de 5, rood markeren de 10.

Dit helpt bij het subiteren: direct herkennen hoeveelheid zonder tellen. Een kind dat de ketting vaak heeft gezien, herkent uiteindelijk dat 25 kralen eruitziet als 'twee groepjes van 10 en een groepje van 5'. Dat is rekenen zonder tellen.

De fasen van de telontwikkeling

Om te begrijpen waarom de kralenketting zo goed werkt, moeten we kijken naar de ontwikkeling die kinderen doormaken.

  1. Subiteren (rond 2,5 jaar): Kinderen herkennen kleine groepjes direct. Ze zien twee autootjes en weten meteen dat het 'twee' is, zonder te tellen. De kralenketting (bijv. de ketting van 5) helpt dit te versterken.
  2. Akoestisch tellen (rond 3 jaar): Een ritme van tellen ontstaat. '1, 2, 3...'. Dit is handig, maar leidt snel tot fouten bij grotere aantallen.
  3. Tellen en wijzen (rond 4 jaar): Kinderen tellen voorwerpen, vaak asynchroon. Ze tellen soms dubbel of overslaan. Dit is het moment om te oefenen met geordend tellen.
  4. Geordend tellen (rond 4,5 jaar): Het kind begint te begrijpen dat het handiger kan. Het gaat groepjes van 2 of 5 herkennen. De kralenketting van 10 is hier ideaal voor.
  5. Resultatief tellen (rond 5 jaar): Het kind kan tellen zonder te wijzen. Het zegt het getal pas als alle voorwerpen geteld zijn. Dit is het doel. De kralenketting helpt hier naartoe door het mentale beeld te vergroten.

Deze kennis is essentieel voor de pedagogisch medewerker in de kinderopvang. Je past je aanbod aan op de fase van het kind. Een kind van 4 op de bso zit vaak in fase 3 of 4. Ze tellen nog met hun vinger.

Wij als begeleiders moeten ze uitdagen om te stoppen met tellen en te gaan kijken. "Hoeveel is dit stukje?" (Wijst naar een blokje van 5 kralen). "Kan je het zeggen zonder tellen?" Het is een kwestie van herhaling en geduld.

Het belang van tellen (en overslaan)

Waarom doen we dit eigenlijk? De kerndoelen basisonderwijs (en dus ook de voorbereiding in de kinderopvang) benadrukken dat kinderen getallen moeten leren begrijpen en gebruiken. Tellen is niet alleen een mechanische handeling; het is de basis voor logisch denken.

Als je snapt dat 10 + 3 = 13 door te kijken naar een groepje van 10 en drie losse kralen, dan hoef je niet meer te tellen van 1 tot 13.

Dat spaart tijd en hersencapaciteit uit. Op de bso is het vaak een uitdaging om wiskundige activiteiten leuk te houden.

De kralenketting is een 'werkje'. Kinderen vinden het fijn om te voelen, te ordenen en te bouwen. Het is rustgevend en uitdagend tegelijk.

Door te oefenen met overslaan, bouwen ze een voorraad mentale beelden op.

Ze zien getallen niet langer als losse symbolen, maar als groottes. Dit voorkomt rekenangst later en zorgt ervoor dat kinderen met plezier naar school gaan. Ze voelen zich competent omdat ze, naast spelenderwijs leren omgaan met geld, een 'trucje' leren waarmee ze indruk maken op leeftijdsgenootjes en leerkrachten.

Online oefenen met getalbegrip

Natuurlijk is het fysieke materiaal onmisbaar, maar soms wil je als leidinggevende of ouder net dat extra stapje zetten.

Tegenwoordig zijn er goede online methodes die de principes van de kralenketting vertalen naar een scherm. Denk aan apps die werken met 'telling frames' of digitale rekenkettingen. Deze programma's laten kinderen groepjes van 10 aanklikken en direct het bijbehorende getal zien. Veel scholen en bso's werken met methodes als 'Rekenen in de Klas' of 'Pluspunt'.

Deze bieden digitale oefeningen aan die aansluiten bij de kerndoelen. Een tip: zoek naar online tools die visueel sterk zijn en directe feedback geven.

Een kind moet op het scherm zien dat 40 kralen bestaat uit vier groepjes van 10.

De prijs voor deze licenties varieert vaak tussen de €5 en €15 per kind per jaar, afhankelijk van de grootte van de instelling. Voor ouders zijn er vaak gratis apps beschikbaar, zoals 'Gedragshulp Rekenen' of specifieke Montessori-apps (vaak rond €3-5). Het is een mooie aanvulling op het fysieke werk met de kralenketting.

Praktische tips voor de pedagogisch medewerker

Hoe pas je dit nu toe in de hectiek van de dag? Je hoeft geen wiskundeleraar te zijn.

  • Gebruik de tienstructuur bij alles: Tel niet tot 12 ballen. Tel tot 10 en zeg er daarna 'en 2'. Maak van 10 een 'blok'. Gebruik voorwerpen die makkelijk te groeperen zijn, zoals blokken of stenen. Leg een rij van 10 en een rij van 3 ernaast.
  • Laat ze voelen: Koop een setje kralenkettingen (vanaf ongeveer €15 tot €40 per stuk, afhankelijk van de kwaliteit). Laat kinderen de ketting vasthouden en over de kralen laten glijden. Het tastbare aspect is cruciaal voor het begrip.
  • Oefen het herkennen van groepjes van 10: Speel 'Bliksem'. Leg 10 kralen neer. Vraag: "Hoeveel?" Het antwoord moet zijn "10". Doe dit snel. Doe het met 15 kralen: "10 en 5". Doe het met 20: "20". Zo train je het oog.
  • Voorkom het 'dubbel tellen': Als je ziet dat een kind asynchroon telt, stop het dan vriendelijk. "Laten we eens kijken hoeveel groepjes van 10 we hebben." Verwijs naar de kleuren op de ketting. "Rood is altijd een tien." Dit geeft structuur.
  • Maak het concreet in de bso-ruimte: Gebruik de kralenkettingen niet alleen als 'werkje' aan tafel, maar hang ze ook op in de hoek. Kinderen spelen er soms mee zonder dat je het doorhebt. Ze slaan ze over hun schouder of tellen erdoorheen. Spelenderwijs ontstaat begrip.

Met een paar simpele tips zorg je ervoor dat kinderen de tienstructuur eigen maken. Door het tellen te vervangen door 'kijken naar groepjes', geef je kinderen een krachtig gereedschap. Ze leren dat rekenen niet gaat over het eindeloos opzeggen van getallen, maar over het zien van relaties. En dat is een vaardigheid die ze hun hele leven blijven gebruiken.

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Over Redactie Ozowiezo

Expert content over kinderopvang buitenschoolse opvang pedagogiek

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Taal, Rekenen & Kosmisch Onderwijs
Ga naar overzicht →