Veters strikken en knopen maken: De sluitframes uitgelegd
Je kent het wel: dat moment dat je kind eindelijk die veterschoenen heeft uitgezocht, en dan… de veters.
Het is een vaardigheid die zo’n beetje elke ouder of pedagogisch medewerker voorbij ziet komen. In de BSO-groep of na schooltijd is het een mijlpaal. Maar het is meer dan alleen een knoop. Het is fijne motoriek, zelfredzaamheid en een boost voor het zelfvertrouwen. En soms?
Soms is het gewoon even een frustrerend kluwen. Gelukkig zijn er handige hulpmiddelen, de zogenaamde sluitframes, en slimme technieken die het leven een stuk makkelijker maken. Laten we dat eens goed uitleggen, zonder ingewikkelde termen.
Veters strikken en knopen maken: De sluitframes uitgelegd
Een sluitframe, dat klinkt technisch, maar het is in feite gewoon een stevig stuk materiaal – vaak hout of plastic – met gaatjes erin, net als bij een schoen. Je vindt ze in de Montessori-wereld overal.
Ze zijn er in allerlei maten, van klein formaat voor kinderhandjes tot een grote versie die je op een tafel kunt leggen. Het doel is simpel: oefenen zonder dat je een echte schoen nodig hebt. Je kunt er een veterschoen mee nabootsen of een jas met knopen.
Waarom zijn die dingen zo handig? Ten eerste kun je op een sluitframe rustig de tijd nemen.
Een kind kan het frame op schoot nemen, of op een tafel in de BSO-groep. Er is geen druk van buitenaf. Ten tweede kun je de moeilijkheidsgraad stap voor stap opbouwen. Je begint met een frame met maar een paar gaten en dikke, stugge veters.
Verschillende veterstriktechnieken en hun voordelen
Later ga je naar een frame met meer gaten en dunnere veters. Zo bouw je echt vaardigheid op.
In de pedagogiek is dit een prachtig voorbeeld van 'oefening baart kunst' op een gestructureerde manier. Het geeft kinderen de regie over hun eigen leerproces. Er zijn een paar basisdingen die je kunt oefenen met een sluitframe.
Allereerst het gewone strikken van een veter. Je leert de lus maken, de andere veter eromheen draaien en dan het 'konijntje' door het gat laten springen.
Dit is de basis. Daarnaast is er het knopen zelf. Veel frames hebben ook knopen nodig, bijvoorbeeld voor een jas of een schort.
Tips voor het leren veterstrikken aan kinderen
Je kunt dan oefenen met het maken van een platte knoop en daarna een dubbele knoop. De techniek is hetzelfde: eerste kruislings, dan onderdoor, en dan de lussen.
De meest bekende techniek voor schoenen is de 'kruiselingse vetering'. Je begint bij de tenen en werkt naar boven, waarbij je de veters kruist.
Dit zorgt voor een gelijkmatige drukverdeling over de hele voet. Een alternatief is de 'parallelle vetering', waarbij de veters recht omhoog lopen. Dit is makkelijker om te leren, maar heeft een groot nadeel: je schoen kan scheef trekken en de druk zit niet overal even goed.
- Gebruik twee kleuren: Neem een veter die aan één kant rood is en aan de andere kant blauw. Zo ziet je kind direct welke kant waar heen moet. Dit haalt de verwarring weg.
- Begin groot: Oefen eerst op een oude schoen van papa of mama, of op een groot sluitframe. De bewegingen zijn makkelijker te maken en het voelt minder frustrerend dan een kleine, krappe schoen.
- De juiste volgorde: Leer het kind om te beginnen met de veter van links onderin en die naar rechts bovenin te steken. Dan de andere kant. Zo ontstaat de kruislingse beweging van nature.
In de Montessori-methode leer je meestal de kruiselingse manier, omdat dit de schoen het beste ondersteunt.
Om het leren leuk en succesvol te maken, zijn er een paar simpele trucjes die we in de kinderopvang en thuis vaak gebruiken. Het draait allemaal om het makkelijker maken van de stappen, zodat het kind het gevoel heeft dat het lukt. En vergeet de beloning niet! In Nederland doen schoenenwinkels zoals Schuurman Schoenen vaak mee aan een veterstrikdiploma.
Als een kind het kan, krijgt hij of zij een officieel papiertje. Dat is voor kinderen op de BSO of na schooltijd een enorme motivatie. Het is een erkenning van hun nieuwe vaardigheid.
Sluitframes en andere hulpmiddelen: wat kost het?
Sluitframes zijn er in verschillende soorten en maten, en dus ook in verschillende prijsklassen. Een eenvoudig, klein houten frame om te oefenen met één veter kun je al vinden voor een bedrag rond de €10 tot €15.
Deze zijn vaak gemaakt van stevig multiplex en hebben een paar grote gaten.
Grotere, professionele frames die je in een Montessori-klaslokaal of BSO-groep vindt, kunnen tussen de €30 en €50 kosten. Die zijn vaak van dikker hout en hebben meer gaten, en soms zelfs extra's zoals een lus voor een knoop. Een andere optie is een 'veterstrik-kussen'.
Dit is een kussentje, vaak gevuld met rijst of korrels, met een schoen erop geborduurd. Dit voelt zacht en is fijn voor kinderen die de harde ondergrond van een houten frame niet prettig vinden.
Waarom het echt helpt in de ontwikkeling
De prijs ligt hier vaak tussen de €15 en €25. Een heel ander, modern hulpmiddel is de Boa-sluiting. Dit is geen frame, maar een systeem met een draaiknop en een stalen kabel in plaats van veters. Dit is in eerste instantie ontwikkeld voor mensen met een beperking, maar het werkt ook perfect voor kinderen die moeite hebben met fijne motoriek.
Je vindt ze op speciale schoenen, die vaak tussen de €80 en €150 liggen.
Veters strikken is een activiteit die zowel de linker- als de rechterhersenhelft activeert. Kinderen moeten symmetrie begrijpen, patronen herkennen en tegelijkertijd hun handen coördineren. Door te werken met cilinderblokken voor oog-handcoördinatie leggen ze bovendien een sterke basis voor rekenen en schrijven.
In de BSO-groep zie je dat kinderen die dit kunnen, vaak ook andere fijne motorische taken makkelijker oppakken. Door te spelen met open-ended speelgoed voor meer focus, voelen ze zich competenter.
Als pedagogisch medewerker of ouder is het belangrijk om niet over te nemen. Het is verleidelijk om even snel te helpen, maar het kind leert juist door de fouten die het maakt. Geef ze de tijd.
Zet een sluitframe op tafel en laat het kind er zelf mee spelen en oefenen zonder dat er een directe prestatie wordt verwacht. Pas op dat je niet te veel speelgoed aanbiedt en de overprikkeling-valkuil vermijdt. Zo blijft het leuk en ontstaat er vanzelf de vaardigheid. Het is een investering in hun zelfstandigheid die ze hun hele leven plezier van hebben.
