Wat als mijn kind geen interesse heeft in Practical Life klusjes?

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Redactie Ozowiezo
Redactie
Veelgestelde Vragen & Probleemoplossing · 2026-02-15 · 7 min leestijd

Je staat in de keuken en roept: "Kom op, dek nu eindelijk die tafel!" Je kind zucht, draait zich om en gamet vrolijk verder.

Het voelt als een oorlog die je niet wilt voeren, maar je wilt ook niet dat je kind denkt dat het leven alleen uit plezier bestaat. Vooral in de buitenschoolse opvang (BSO) merken pedagogen dagelijks dat kinderen worstelen met 'Practical Life' klusjes: taken die nu eenmaal moeten gebeuren, zoals opruimen of de tafel dekken. Geen zorgen, je bent niet de enige. Laten we samen kijken hoe je dit soort strubbelingen relaxed aanpakt, zonder ruzie en mét resultaat.

Wat kun je doen als je puber niet gemotiveerd is?

Een puber is soms net een leguaan. Tjitske Reidinga vergeleek pubers ooit met die beesten die het liefst op de bank hangen.

En eerlijk is eerlijk: die vergelijking klopt aardig. Het tienerbrein is nog volop in ontwikkeling, vooral de prefrontale cortex. Dat is het stukje in je hoofd dat planner is, beslissingen neemt en overzicht houdt. Bij pubers is dat nog lang niet volgroeid.

Daardoor is 'nu even iets doen wat niet leuk is' supermoeilijk. Gamen voelt beter dan de tafel dekken.

Dat is geen koppigheid, maar biologie. Jouw taak? Even de prefrontale cortex voor ze zijn.

Dat betekent structuur bieden, duidelijke starttijden geven en kleine stapjes maken. Geen gezeur, maar heldere afspraken. Probeer eens een wekkertje.

Neem het voorbeeld van Jippe (7 jaar). Hij stelde uit tot het laatste moment.

Zijn moeder dreigde de spelcomputer uit te zetten – wat niet werkte. Toen ze hem zelf de starttijd liet kiezen en een wekker op 5 minuten zette, lukte het wél. Zie je het verschil?

Het ging niet om de straf, maar om de regie. Focus op wat er wél goed gaat.

Geef complimenten over kleine successen. Kies het juiste moment voor een gesprek: niet direct na het wakker worden of direct na het eten. En wees specifiek. Gebruik geen 'altijd' of 'nooit', maar zeg: "Nu moet je de tafel dekken, straks mag je weer verder."

Ook stomme klusjes doen?

Ja, ook stomme klusjes horen erbij. In de pedagogiek van de buitenschoolse opvang noemen we dat 'Practical Life': activiteiten die het leven praktisch maken.

Denken aan schoenen aantrekken, tafel dekken, speelgoed opruimen. Het klinkt saai, maar het is goud voor de ontwikkeling.

Kinderen leren concentratie, orde en zelfvertrouwen. Veel kinderen vinden het vervelend. Logisch. Gamen is leuker. Toch is het belangrijk dat ze leren dat taken horen bij een huishouden.

In de BSO zie je dat kinderen die deze vaardigheden vroeg leren, makkelijker aarden. Ze voelen zich competent.

Hoe leer je je kind om ook ‘stomme’ klusjes te doen?

Ze weten: ik kan iets bijdragen. De kunst is om het niet als straf in te zetten. Als je zegt: "Nu moet je opruimen, want je bent stout", dan koppelt je kind het klusje aan schuldgevoel. Beter is het om het te koppelen aan een routine.

Een vast moment, een heldere starttijd, een klein doel. Dan voelt het niet als straf, maar als gewoonte.

En ja, soms mag je best een beloning in het vooruitzicht stellen. Bijvoorbeeld: "Als de tafel gedekt is, mag je kiezen wat we eten." Of: "Als je in 1 minuut je spullen opruimt, mag je daarna je favoriete spel spelen." Speelstart/stop-spelletjes werken vaak beter dan eindeloze discussies. Begin klein.

Zet een wekker op 5 minuten, net als bij Jippe. Geef je kind de regie over de starttijd.

2. Denk aan het puberbrein

Vraag: "Wanneer ga je beginnen? Om 17:00 of 17:15?" Zo voelt het minder als dwang. Maak klusjes tot routine.

In de pedagogiek van de BSO werkt routine als een soort automatische piloot. Als het klusje elke dag om 17:00 gebeurt, gaat het in het systeem zitten.

Geen gezeur, gewoon doen. Betrek je kind bij het bedenken van een oplossing.

Vraag: "Hoe zou een leraar dit aanpakken?" Dat wisselt perspectief en geeft je kind een rol in de oplossing. Begin eventueel samen: pak alvast het bestek, terwijl je kind de borden neerzet. Samen zorgvuldig omgaan met spullen voelt minder zwaar.

3. Wat gaat wel goed?

Geef erkenning aan het gevoel. Zeg: "Ik snap dat gamen leuker is dan tafeldekken.

Toch hoort het erbij." Zo voelt je kind zich gehoord, zonder dat je toegeeft aan de weerstand. De prefrontale cortex is nog in opbouw. Dat betekent dat plannen en organiseren moeilijker is. Je puber kan niet zomaar 'even' overzicht houden.

Jouw rol is om die planning over te nemen, totdat het brein volgroeid is.

Dat kan tot het 25e jaar duren. Neem die rol serieus, maar zonder autoritair gedrag. Geef een duidelijke starttijd.

5. Denk aan je taalgebruik

Geen vage "straks even", maar: "Om 17:30 gaan we de tafel dekken." Zet een wekker. Houd je aan die tijd.

Structuur helpt het brein om te schakelen. Let op je taalgebruik. Vermijd verwijten en beschuldigingen.

Zeg niet: "Je bent altijd lui", maar: "Nu moet je de tafel dekken." Wees specifiek en concreet. Kies het juiste moment.

Niet direct na het wakker worden, niet tijdens het eten, niet als je zelf gefrustreerd bent.

7. Hou vaak je mond tijdens het gesprek

Wacht tot de rust is teruggekeerd. Een BSO-pedagoog zou zeggen: kies een moment waarop je kind ontspannen is. Focus op wat er wél goed gaat.

Geef complimenten over kleine successen. Heeft je kind een keer zelf de tafel gedekt?

Zeg dan: "Ik zie dat je het hebt gedaan, top!" Zo bouw je zelfvertrouwen op. Vraag je kind hoe een leraar de situatie zou zien. Dat geeft een nieuwe blik en maakt het minder persoonlijk. Het helpt je kind om buiten zichzelf te kijken.

Geef een beloning in het vooruitzicht. Niet als smeermiddel, maar als erkenning.

Bijvoorbeeld: "Als je de tafel dekt, mag je daarna kiezen wat we drinken." Of: "Als je in 1 minuut je speelgoed opruimt, mag je daarna gamen." Speel start/stop-spelletjes. Zet een timer op 1 minuut en kijk hoeveel je kind kan opruimen.

8. Waar heeft jouw kind wél behoefte aan, als het niet gemotiveerd is?

Maak het een uitdaging, geen straf. Vermijd woorden als 'altijd' en 'nooit'.

Die generaliseren en doen pijn. Wees specifiek: "Nu moet je de tafel dekken, straks mag je verder gamen." Gebruik 'ik'-boodschappen in plaats van 'jij'-beschuldigingen.

Zeg: "Ik merk dat ik gestresst raak als de tafel niet op tijd gedekt is", in plaats van: "Jij bent altijd te laat." Geef erkenning aan het gevoel.

Zeg: "Ik snap dat het stom voelt, maar het hoort erbij." Zo voelt je kind zich gezien.

Wees kort en duidelijk. Geen lange pree, maar een korte instructie. Hoe minder woorden, hoe beter het landt.

Laat je kind uitpraten. Geef ruimte. Zeg niet direct iets terug.

Luisteren is een cadeau. Stel open vragen. Vraag: "Hoe zou jij dit oplossen?" in plaats van: "Waarom doe je het niet?" Zo betrek je je kind bij de oplossing. Geef je kind de tijd om na te denken.

Soms is een korte stilte effectiever dan een monoloog. Sluit af met een heldere afspraak.

9. Pak je plek als ouder: stel grenzen

Zeg: "Dus we doen het morgen om 17:30, met de wekker. Afgesproken?" Misschien heeft je kind behoefte aan rust na een drukke dag op school. Of aan beweging. Of aan een moment voor zichzelf. Vraag het eens.

Een BSO-pedagoog zou zeggen: begrijp de onderliggende behoefte. Misschien is het klusje te groot.

Breek het op in kleine stapjes. Eerst de borden, dan het bestek, dan de glazen. Kleine stapjes voelen minder zwaar.

Misschien heeft je kind behoefte aan regie. Geef die regie, zoals bij Jippe.

Laat hem kiezen wanneer hij begint. Maak je je zorgen over zindelijkheid rond de derde verjaardag? Misschien heeft je kind behoefte aan een beloning.

Geef die beloning in het vooruitzicht, maar maak het niet de enige motivatie. Je bent ouder, geen vriend. Grenzen horen erbij. Zeg duidelijk wat er moet gebeuren, zonder boos te worden.

Wees consequent. Als je zegt: "Om 17:30 wordt de tafel gedekt", houd je je daaraan. Geen uitzonderingen.

Geef ruimte binnen de grenzen. Je kind mag kiezen wanneer het begint, maar het moet wel gebeuren. Als het niet lukt, blijf rustig. Autoritair en bestraffend optreden werkt averechts.

Blijf in contact, ook als het moeilijk is. Praktische tips voor de buitenschoolse opvang en thuis: maak een visueel schema met klusjes, gebruik een wekker, betrek je kind bij het plannen, geef complimenten, en houd het kort en duidelijk. Zoek je naar een passende Montessori opvang in de buurt?

Zo wordt het klusje geen oorlog, maar een routine. En dat voelt voor iedereen beter.

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Over Redactie Ozowiezo

Expert content over kinderopvang buitenschoolse opvang pedagogiek

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Veelgestelde Vragen & Probleemoplossing
Ga naar overzicht →