Wat als mijn kind het materiaal niet 'juist' gebruikt?

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Redactie Ozowiezo
Redactie
Veelgestelde Vragen & Probleemoplossing · 2026-02-15 · 8 min leestijd

Een stoel door de kamer vliegen, een boekje scheuren, blokken tegen de muur gooien: herkenbaar? Als pedagogisch medewerker in de kinderopvang of BSO zie ik dit gedrag dagelijks.

En als ouder kun je je er flink druk om maken. Is dit normaal? Moet je ingrijpen? Het antwoord is meestal: ja, het is normaal. En neem het vooral niet persoonlijk.

Je kind is geen sloper, het is een kleine ontdekker die de wereld verkent met handen en voeten.

Laten we eens kijken wat er echt achter dit gedrag schuilgaat en hoe je hier het beste mee om kunt gaan, zowel thuis als in de opvang.

Waarom kinderen spullen kapotmaken of gooien

Om te beginnen is het goed om te weten dat kinderen niet met opzet 'lastig' willen zijn. Wat volwassenen als destructief gedrag zien, is voor een kind vaak gewoon een onderdeel van hun leerproces.

Ze zijn de wereld aan het ontdekken en begrijpen nog niet wat de waarde van spullen is of dat dingen kapot kunnen gaan.

In de pedagogiek noemen we dit 'exploratief gedrag'. Het is een manier om oorzaak en gevolg te leren kennen. Het brein van een jong kind is nog volop in ontwikkeling.

De delen die verantwoordelijk zijn voor impulsbeheersing en planning zijn nog lang niet uitgegroeid. Dat betekent dat een kind een idee heeft ('ik wil zien wat er gebeurt als ik dit gooi') en het meteen uitvoert, zonder na te denken over de consequenties.

Gooi-fase is volstrekt normaal

In de kinderopvang zien we dit vooral bij dreumesen en peuters, maar ook oudere kinderen op de BSO kunnen nog weleens hun frustratie uiten op materiaal. Vooral bij kinderen vanaf ongeveer 1 jaar begint de 'gooi-fase'. Ze ontdekken dat ze hun arm kunnen bewegen en dat voorwerpen een eigen leven leiden als ze ze loslaten. Dit is volstrekt normaal.

Zoals Ouders van Nu (2024) al aangeeft, is gooien een manier om motorische vaardigheden te oefenen.

Gooien omdat een kind overprikkeld is

Het is niet anders dan dat een baby alles in zijn mond stopt om te voelen en te proeven. Gooien is een zintuiglijke ervaring die helpt bij de ontwikkeling van de fijne en grove motoriek. Een drukke opvangdag met veel indrukken, kinderen en activiteiten kan enorm veel energie kosten.

Thuisgekomen ontlaadt een kind soms op een heftige manier. Het gooien van spullen kan een directe reactie zijn op deze overprikkeling.

Gooien uit nieuwsgierigheid

Het is een manier om de spanning van zich af te gooien, letterlijk. In de pedagogische praktijk adviseren we dan ook om na een drukke dag rustige activiteiten te ondernemen, zoals een boekje lezen op de bank of een puzzel maken, om het prikkelpeil te verlagen. Kinderen gebruiken speelgoed niet altijd zoals het bedoeld is.

Een blok is niet alleen om te stapelen, maar ook om te kijken hoe het valt, of het een geluid maakt op de grond, of het verder rolt op tapijt dan op tegels. Zoals NU.nl (2024) schrijft, gebruiken kinderen speelgoed als tool om de wereld te ontdekken.

Gooien om emoties te uiten

Ze zijn kleine wetenschappers die hypotheses testen. 'Als ik deze beker van tafel duw, wat gebeurt er dan?' Het antwoord: de beker valt op de grond.

Dat is fascinerend voor een kind! Woordenschat is beperkt bij peuters. Ze voelen wel van alles: boosheid, teleurstelling, vermoeidheid, frustratie.

Gooien om aandacht te vragen

Maar ze kunnen het niet altijd benoemen. Dus gebruiken ze hun lichaam.

Een harde klap op tafel, een speelgoedauto door de kamer gooien: het is een fysieke uiting van een gevoel dat ze niet onder woorden kunnen brengen. Het is belangrijk om dit gedrag te herkennen als een communicatiepoging, niet als kwaadwilligheid. Kinderen leren snel. Als ze merken dat ze door iets kapot te maken of te gooien direct de volle aandacht van een volwassene krijgen (ook al is die aandacht negatief), dan is dat een bevestiging dat het werkt.

Gooien omdat anderen het doen

In de opvang proberen we dit te voorkomen door juist aandacht te geven op het moment dat een kind rustig speelt of iets positiefs doet.

Thuis kan het helpen om het gedrag te negeren (mits het niet gevaarlijk is) en pas te reageren als het kind rustig is. Kinderen zijn sociale wezens en imiteren graag. Als een kind op de groep ziet dat een ander kind speelgoed gooit, is de kans groot dat hij dit gaat nabootsen.

Dit is een manier van leren door te kijken. In de BSO-groep kan een pedagogisch medewerker hierop inspelen door het goede voorbeeld te geven en duidelijk te maken wat de regels zijn ('Wij gooien niet met speelgoed binnen, wel met de bal buiten').

Praktische tips voor thuis en opvang

Het is dus duidelijk: het gedrag heeft een functie. Maar hoe ga je er nu praktisch mee om?

Je wilt niet constant 'nee' roepen, maar je wilt ook je servies heel houden. De kunst is om de wereld van het kind begripvol tegemoet te treden, terwijl je duidelijke grenzen stelt. Hieronder vind je concrete tips die zowel door pedagogen in de kinderopvang als door ouders succesvol worden toegepast.

  • Benoem gevoelens op een neutrale toon: Als een kind boos is en iets gooit, zeg dan: "Ik zie dat je boos bent." Dit helpt het kind om zijn emoties te leren herkennen, zonder dat je het gedrag goedkeurt. Blijf zelf rustig, een kind raakt alleen maar meer geprikkeld als jij ook schreeuwt.
  • Bied een passend alternatief: Gooien mag, maar niet met het dure servies. Geef je kind een bal of een zachte knuffel om mee te gooien. In de opvang hebben we vaak een 'gooi-kist' met zachte ballen, kegels en ringen. Zo leert het kind dat er wel degelijk plezierige manieren zijn om te gooien.
  • Verlaag het prikkelpeil: Als je kind overprikkeld is, helpt het niet om door te gaan met activiteiten. Zoek de rust op. Ga even op de bank zitten, lees een boekje of luister naar zachte muziek. Dit werkt ook in de opvang: als de groep te druk is, doen we een rustige activiteit op de groep of verdelen we de kinderen over kleinere hoeken.
  • Kies voor duurzaam en 'kan-kapot' speelgoed: Investeer in speelgoed dat tegen een stootje kan. Denk aan houten blokken van merken als Grimms of Goula, die vaak wel €20 tot €50 per set kosten, maar een leven lang meegaan. Tweedehands speelgoed via Marktplaats is ook een goede optie; het maakt minder uit als er een krasje op komt. Laat je kind soms ook met opzet iets 'kapot' maken (zoals een oud tijdschrift verscheuren) om de behoefte te bevredigen.
  • Leg gevolgen uit, zonder moraliseren: "Als je je bord laat vallen, kun je je eten niet meer opeten." Dit is een logisch gevolg, geen straf. Kinderen leren hieruit dat hun acties impact hebben op hun eigen behoeften.
  • Stel heldere grenzen: Wees concreet. "Met harde ballen gooien we buiten, niet binnen." Of: "Deze mok is voor drinken, niet om mee te gooien." In de opvang gebruiken we visuele kaarten (plaatjes) om deze regels te ondersteunen voor kinderen die de taal nog niet goed beheersen.
  • Negeer aandachtvragend gedrag (strategisch): Als een kind iets gooit om jouw aandacht te trekken, reageer dan niet meteen. Wacht tot het stopt met het negatieve gedrag en geef dan pas aandacht. Dit vereist geduld, maar leert het kind dat positief gedrag loont.

De juiste mindset: van sloper naar onderzoeker

Het allerbelangrijkste is hoe je erover denkt. Stop met het kind bestempelen als 'sloper' of 'lastig'.

Dat labeltje plakt en gaat een eigen leven leiden. Zie het gedrag als een communicatiemiddel en een leerproces. Kinderen die veel gooien of slopen, zijn vaak juist heel nieuwsgierig en energiek.

Ze zoeken naar grenzen en hoe die werken. In de pedagogiek van de kinderopvang en BSO werken we volgens het principe van 'ontdekkend leren'.

Wij faciliteren een omgeving waarin kinderen veilig kunnen experimenteren. Dat betekent soms dat we materiaal aanbieden dat we niet erg vinden als het stukgaat. Denk aan dozen die gesloopt mogen worden, of klei die over de tafel mag. Door ruimte te geven aan deze behoefte op een veilige manier, leer je jouw kind respectvol omgaan met materialen en voorkom je dat het kind zijn energie gaat richten op dingen die echt kapot mogen (zoals je favoriete vaas).

Samenwerken met de opvang

Als ouder is het fijn om te weten dat je niet de enige bent die hiermee worstelt.

De pedagogisch medewerkers op de groep zien hetzelfde gedrag en kunnen een spiegel zijn. Vraag gerust: "Hoe gaan jullie hiermee om op de groep?" Vaak hebben ze specifieke methodieken of materialen die ook thuis goed werken. Een goede afstemming helpt iedereen. Misschien heeft de opvang een 'gooi-spel' ontwikkeld dat kinderen leert mikken en gooien binnen lijnen.

Dat kun je thuis ook proberen met sokken in een wasmand. Of misschien merk je dat je kind na een drukke dag op de BSO thuis ontlaadt; dan is het handig om de eerste 20 minuten na thuiskomst rustig aan te doen en geen intense vragen te stellen of direct te gaan eten.

Conclusie: Het is een fase

Uiteindelijk groeit dit gedrag vanzelf weer weg naarmate de impulsbeheersing en taalvaardigheid toenemen.

Een peuter van 2 jaar gooit nog weleens iets, een kind van 5 jaar doet dit meestal niet meer (tenzij extreem boos). Blijf liefdevol en consequent, net zoals je geduldig bent als je je afvraagt: wat als mijn kind nog niet zindelijk is op 3-jarige leeftijd?

Bied veilige alternatieven, begrijp de onderliggende reden en blijf praten met je kind, ook al reageert het nog niet met woorden. En vergeet niet: elk kind is uniek. De ene peuter is een rustige bouwer, de ander een energieke gooier. Nieuwe materialen op een fijne manier introduceren helpt bij beide manieren van ontdekken, die even waardevol zijn.

Met een beetje pedagogisch inzicht en een flinke dosis geduld kom je er samen wel.

En mocht je echt een keer een dierbare vaas kwijt zijn? Bedenk dan dat de ontwikkeling van je kind oneindig veel waardevoller is dan welk voorwerp dan ook.

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Over Redactie Ozowiezo

Expert content over kinderopvang buitenschoolse opvang pedagogiek

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Veelgestelde Vragen & Probleemoplossing
Ga naar overzicht →