Wat zijn loose parts en hoe bevorderen ze de creativiteit?

Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Redactie Ozowiezo
Redactie
Montessori Speelgoed & Materialen · 2026-02-15 · 7 min leestijd

Stel je voor: een groep kinderen in de BSO, net terug van een sportclub. Ze zitten vol energie, maar niet per se om te voetballen. Je zet een bak met kurken, stukken hout en katoen touw op tafel.

En wat gebeurt er? Eerst is het stil.

Dan begint iemand iets te bouwen. Binnen tien minuten zijn er kastelen, een ketting voor de juf en een 'schildpad' van takken. Geen handleiding nodig.

Dat is de kracht van loose parts. Het is niet zomaar speelgoed; het is materiaal dat je uitdaagt om te bedenken wat het kan zijn. In de pedagogiek van de BSO is dit goud waard voor de ontwikkeling van creativiteit en zelfstandigheid.

Wat zijn loose parts?

Loose parts zijn materialen die je vrij kunt verplaatsen, combineren en transformeren.

Ze hebben geen vastomlijnde functie. Een autootje rijdt vooruit, dat is duidelijk. Maar een stuk touw? Dat is een slangenlijf, een armband of een brug.

Deze open-eindematerialen staan centraal in de Montessori-pedagogiek en passen perfect in de BSO-omgeving waar kinderen zelf keuzes maken. Denk aan simpele dingen: stof, houtblokken, kartonnen dozen, kastanjes, kurken en buizen.

Je vindt ze vaak in de natuur of in de voorraadkast. Ze zijn vaak gratis of goedkoop.

Een krat kurken kost ongeveer €15,- en gaat jaren mee. Ze zijn veilig, veelzijdig en duurzaam. Geen batterijen, geen schermpjes.

Alleen maar materiaal dat wacht op een verhaal. In de BSO-groep zie je het meteen: kinderen pakken op wat ze nodig hebben.

Ze rangschikken, stapelen, verzamelen. Dit is niet zomaar spelen; het is onderzoeken. Ze ontdekken gewicht, vorm, evenwicht en textuur.

En het mooiste: er is geen 'goed' of 'fout'. Een toren die omvalt, is geen mislukking.

Het is een les over zwaartepunt.

Wat kun je met loose parts?

Je kunt er letterlijk alles mee doen. Stapelen, sorteren, stapelen, verzinnen, bouwen, gooien (zacht!), rollen en verbinden.

In de BSO gebruiken we ze om de speelruimte te verrijken. Zet een bak met kurken naast een glijbaan en je krijgt een 'kurken-stroom'. Leg stukken touw bij de bouwhoek en kinderen maken 'bruggen' voor hun poppen.

Voeg ze toe aan bestaand speelgoed. Heb je een zandtafel?

Leg er kiezels, schelpen en stukjes hout bij. Zo maak je een landschap. Een kind van 7 kan hier uren mee bezig zijn.

Het stimuleert het combineren van materialen. Een kurk kan een munt zijn, een knop of een oog.

De verbeelding doet het werk. Gebruik restmaterialen uit de keuken of het kluslokaal.

Karton van dozen, doppen, kurken. Dit bevordert duurzaam spelen en leert kinderen dat speelgoed niet nieuw hoeft te zijn. Naast zelfgemaakte creaties zijn duurzame houten treinbanen een waardevolle toevoeging aan de groep. Een kind van 8 bouwde laatst een compleet 'huis' van 15 dozen en schilderstape. Kosten: €0,-. Waarde: oneindig.

Waarom zijn loose parts goed voor kinderen?

Losse materialen prikkelen alle zintuigen. Kinderen voelen, zien, horen en ruiken.

Dit is essentieel voor de sensorische ontwikkeling. In de BSO, waar kinderen na school even tot rust moeten komen of juist energie kwijt moeten, biedt het een veilige uitlaatklep. Ze kunnen hun eigen tempo bepalen.

Spelen met kleine materialen, zoals kralen of kurken, verbetert de fijne motoriek.

Een kind moet voorzichtig zijn, precies zijn. Dit is belangrijk voor de ontwikkeling van de handspieren, die later nodig zijn voor schrijven. Tegelijkertijd stimuleert het de grove motoriek als ze met dozen of planken sjouwen.

Er is meer. Het rangschikken van vormen stimuleert rekenen en patronen.

Een kind legt 5 kastanjes naast elkaar, dan 3, dan 1. Dat is tellen, sorteren en patroonherkenning.

Dit gebeurt spelenderwijs, zonder dat het als 'rekenles' voelt. Het is pure ontdekking.

Hoe bevorder je de creativiteit en zelfstandigheid?

De kunst is om los te laten. Te veel sturen doodt de creativiteit.

Zet de materialen neer en observeer. Stel open vragen als: "Wat zie jij?" of "Hoe zou je dat kunnen verbinden?" in plaats van "Bouw een huis." Dit geeft kinderen de regie.

Ze leren zelf beslissen wat ze maken. Bied een mix aan, bijvoorbeeld door te starten met Grapat Nins en loose parts. Kurken, stukken hout (verschillende maten, bijv.

5-15 cm), verbindingsmateriaal zoals katoen touw (dikte 4mm) en veiligheidsclipjes. Zorg voor voldoende ruimte, minimaal 2 vierkante meter per groepje van 3 kinderen.

Actief en non-actief speelmateriaal

Laat ze fouten maken. Een omgevallen toren is geen ramp; het is feedback. Integreer het in de BSO-routine. Gebruik kurken bij het fruit eten (tellen), of stokken bij het buitenspelen (meten).

Zo leer je kinderen dat materiaal overal is. Het stimuleert flexibel denken.

Een kind van 5 leert zo dat een stok een meetlat is, een zwaard of een wandelstok. Emmi Pikler maakt onderscheid tussen actief en non-actief materiaal. Actief materiaal, zoals een puzzel of een blokkenset, heeft een specifiek doel en beperkingen.

Het leidt het kind naar een oplossing. Handig voor gerichte oefening, maar minder ruimte voor eigen ideeën.

Non-actief materiaal, zoals stenen, stokken of kurken, heeft geen vastomlijnde functie. Het is neutraal. Dit is waar loose parts excelleren. In de BSO gebruiken we dit om kinderen uit te nodigen tot eigen bedenkingen.

Een kurk is pas een kurk als een kind dat beslist. Wissel af.

Stimulerende effecten op creativiteit en zelfstandigheid

Gebruik actief materiaal voor vaardigheden, en non-actief voor creativiteit. Zo balanceer je tussen structuur en vrijheid.

Een BSO-groep met 10 kinderen heeft baat bij een verhouding van 70% non-actief materiaal. Creativiteit groeit als kinderen vrij associëren. Spelen met prachtige houten dieren van Holztiger en Ostheimer bevordert dit enorm.

Een kind van 6 kan een kurk zien als een vliegtuig, en er later een 'schildpad' van maken. Deze flexibiliteit in denken is een vaardigheid voor het leven.

Zelfstandigheid komt door keuzevrijheid. Kinderen beslissen wat ze pakken en wat ze maken. Dit versterkt het zelfvertrouwen. In de pedagogiek van de BSO is dit cruciaal voor de emotionele ontwikkeling.

Ze leren dat hun ideeën ertoe doen. Onderzoek toont aan dat kinderen die met open materiaal spelen, beter worden in probleemoplossen.

Ze zoeken naar oplossingen zonder hulp. In een groep van 8 kinderen zie je al snel leiders ontstaan die anderen helpen. Sociale vaardigheden groeien mee.

Een stap-voor-stap handleiding om te beginnen

Wil je starten in je BSO-groep? Dit is een eenvoudige handleiding.

Je hebt weinig nodig. Begin klein, bouw uit. Zorg dat het veilig is: materialen moeten schoon en geschikt zijn voor de leeftijd (geen kleine onderdelen voor peuters). Wat je nodig hebt (voorwaarden/materialen):

  • Een opgeruimde tafel of vloerplek van minimaal 2m².
  • Basismaterialen: kurken (50 stuks, €10,-), houtblokken (20 stuks, diverse maten 5-10cm, €15,-), katoen touw (5 meter, €3,-).
  • Verbindingsmateriaal: veiligheidsclipjes of tape (€5,-).
  • Optioneel: karton dozen (gratis van leveranciers).
  • Tijd: 30-60 minuten per sessie.
  • Leeftijd: 4-12 jaar (aanpasbaar).

Stap 1: Voorbereiding (5 minuten) Stap 2: Uitnodigen tot spelen (10 minuten)

  1. Verzamel de materialen. Was kurken en houtblokken met lauwwarm water (niet nat maken, droog afvegen).
  2. Kies een rustig moment in de BSO, bijvoorbeeld net na het eten. Zorg dat maximaal 6 kinderen tegelijk meedoen.
  3. Leg de materialen in een open bak of verspreid op tafel. Geef geen instructie. Zeg alleen: "Kijk wat je kunt maken."
  4. Veelgemaakte fout: Te veel uitleggen. Hou het bij 1 zin.

Stap 3: Actief spelen (20-40 minuten) Stap 4: Afronden en opruimen (5-10 minuten)

  1. Laat de kinderen zelf kiezen. Geef ze 2 minuten de tijd om te kijken zonder aan te raken.
  2. Stel een open vraag: "Wat zie jij in deze kurken?"
  3. Blijf op afstand. Observeer wie pakt, wie wacht. Noteer voor jezelf: wie toont leiderschap?
  4. Veelgemaakte fout: Een kind helpen zonder dat het vraagt. Wacht tot hulp wordt gevraagd.

Stap 5: Verificatie-checklist Als je 4 of meer 'Ja' hebt, is je sessie geslaagd. Herhaal wekelijks en varieer de materialen. Zo groeit de creativiteit vanzelf.

  1. Laat de kinderen bouwen. Bied extra materiaal aan als ze vastlopen, bijv. extra touw (1 meter per kind).
  2. Voeg variatie toe: leg een paar stukjes karton bij de kurken. Kijk wat er gebeurt.
  3. Moedig samenwerking aan: "Kunnen jullie een brug maken voor elkaar?"
  4. Veiligheid: Houtblokken niet hoger dan 20cm stapelen om omvallen te voorkomen.
  5. Veelgemaakte fout: Het spel overnemen. Bouw zelf niet mee tenzij gevraagd.
  1. Geef een seintje 5 minuten voor tijd. "Straks ruimen we op."
  2. Laat kinderen zelf kiezen of ze hun bouwwerk bewaren (foto maken) of opruimen.
  3. Sorteer materialen terug in bakken. Kurken apart, hout apart.
  4. Reflecteer kort: "Wat vond je het leukste?"
  5. Veelgemaakte fout: Alles zelf opruimen. Laat ze helpen; het hoort bij het leerproces.
  • Hebben de kinderen zelf besloten wat ze maken? (Ja/Nee)
  • Was er geen 'goed' of 'fout' in het spel? (Ja/Nee)
  • Hebben ze materialen gecombineerd (bijv. kurk + touw)? (Ja/Nee)
  • Is de tijd tussen 30-60 minuten gebleven? (Ja/Nee)
  • Heb je als begeleider minder dan 3 interventies gedaan? (Ja/Nee)
  • Zijn de materialen veilig en schoon? (Ja/Nee)
Portret van Redactie Ozowiezo, Redactie
Over Redactie Ozowiezo

Expert content over kinderopvang buitenschoolse opvang pedagogiek

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Montessori Speelgoed & Materialen
Ga naar overzicht →